Naar de inhoud

30 feiten

30 leuke feiten over Wetenschap en supergeleiding

Leer iets nieuws en test jezelf daarna met de quiz.

Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.

Wist je dit allemaal? Bewijs het.

Doe de quiz van 30 vragen
1

Hoe heet de beoordeling van een ingezonden artikel door vakgenoten bij een tijdschrift?

De referees adviseren de redactie over verbetering, aanvaarding of afwijzing; tijdschriften publiceren ook overzichten van de voortgang in een vakgebied.

2

Welke natuurkundige ontdekte op 8 april 1911 in Leiden de supergeleiding?

Hij had kort daarvoor als eerste helium vloeibaar gemaakt en onderzocht daarna de weerstand van metalen rond het absolute nulpunt.

3

Met welke Griekse letter worden de sociale wetenschappen ook wel aangeduid?

Voorbeelden zijn antropologie, sociologie, economie, psychologie en rechtsgeleerdheid; geesteswetenschappen heten ook alfawetenschappen.

4

Uit welk gebied, in het huidige Irak, stammen de oudste overleveringen uit het Nabije Oosten?

Rond 3500 v.Chr. legden Mesopotamische volkeren, in contact met de Indusbeschaving, hun boekhouding van vee vast in getallen.

5

Welke filosoof kwam met een analytische methode en leidde daarmee het rationalisme in?

Filosofen als Berkeley, Locke en Hume predikten daartegenover het empirisme; Kant kwam met een criticisme en Hegel met de dialectiek.

6

De stelling van wie werd in de 18e eeuw v.Chr. al op een Mesopotamisch kleitablet toegepast?

Het tablet bevat pythagorese drietallen zoals (3,4,5) en (5,12,13), maar geen abstracte formulering van de stelling.

7

Welke bacterie wordt genoemd als de voornaamste oorzaak van maagzweren?

Wetenschap bereikt vaak definitieve resultaten, maar blijft zich in andere gevallen verbreden en corrigeren, zoals met CRISPR-Cas om DNA te veranderen.

8

Wiens geocentrische wereldbeeld werd door Copernicus, Kepler, Galilei en Newton weerlegd?

De Rooms-Katholieke Kerk had dat wereldbeeld met de Aarde in het midden als standaard aangenomen; de geleerden legden het middelpunt bij de Zon.

9

Welk metaal gebruikte de Leidse ontdekker van supergeleiding in zijn experiment van 1911?

Dat metaal is door herhaald destilleren zeer zuiver te krijgen; de eerste resultaten verschenen op 28 april 1911 in de Verslagen van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen.

10

Welke term beschrijft het probleem dat veel studies niet te herhalen blijken?

Sinds de jaren 2010 eisen steeds meer tijdschriften dat onderzoeksprotocollen vooraf beschikbaar zijn om reproduceerbaarheid te garanderen.

11

Tot welke categorie behoren logica, wiskunde, methodologie en systeemtheorie?

Een deel ervan wordt soms tot de natuurwetenschappen gerekend, soms tot de filosofie; wiskunde doet doorgaans geen experimenten.

12

Welke term betekent dat de maatschappij concreet nut heeft van wetenschappelijke kennis?

Fundamentele wetenschap onderzoekt de diepere achtergronden zonder direct naar toepassingen te streven; toegepaste wetenschap gebruikt wat al gevonden is.

13

Hoe heet het verschijnsel uit 1933 dat een supergeleider een extern magnetisch veld afstoot?

De gebroeders Fritz en Heinz London toonden aan dat de stroom zich in een zeer dunne buitenste laag van de supergeleider bevindt.

14

Hoe noemde Thomas Kuhn waarnemingen die niet verklaarbaar zijn met het bestaande paradigma?

Als zulke uitzonderingen leiden tot verandering van het paradigma, boekt de wetenschap volgens hem vooruitgang; de copernicaanse revolutie is een sprekend voorbeeld.

15

Welke Oostenrijkse natuurkundige noemde ontoetsbare beweringen 'nicht einmal falsch'?

Een foute bewering kan volgens deze opvatting wél nuttig zijn, omdat ze tot een betere kan leiden; weerlegging werkt zuiverend.

16

Bij welke temperatuur verdween in het Leidse experiment van 1911 plotseling de weerstand?

De ontdekker vermoedde eerst een defect in zijn meetapparatuur of een kortsluiting, maar daarmee bleek niets mis te zijn.

17

Welke materialen zijn in het algemeen Type-II-supergeleiders?

Zo'n supergeleider laat het veld boven een eerste kritische waarde geleidelijk binnen in gekwantiseerde vortices: de 'gemengde toestand', waarin de weerstand nog steeds nul is.

18

Welk jaar wordt wel genoemd als het begin van de wetenschappelijke revolutie?

In dat jaar verscheen De revolutionibus orbium coelestium van Copernicus, over de omwenteling der hemellichamen.

19

Wiens elektronentheorie wijt metaalweerstand aan verstrooiing door het trillende ionenrooster?

Bij het absolute nulpunt trilt het rooster minder, waardoor de vrije weglengte van de elektronen groter wordt en de weerstand nul.

20

Wie schreef De humani corporis fabrica, het eerste complete boek over de menselijke anatomie?

In hetzelfde jaar publiceerde Nicolaus Copernicus zijn De revolutionibus orbium coelestium; de periode geldt als fundering van de moderne wetenschap.

21

In welk jaar slaagde de Leidse natuurkundige erin helium vloeibaar te maken?

Uit proeven was al bekend dat de weerstand afneemt als de temperatuur daalt, maar natuurkundigen verschilden van mening over wat er bij het absolute nulpunt zou gebeuren.

22

Welke twee Russen formuleerden in 1950 een fenomenologische theorie van de supergeleiding?

Met deze theorie konden macroscopische eigenschappen van supergeleiders worden beschreven.

23

Tegenover wiens verificatietheorie stelde Karl Popper zijn falsificatietheorie?

Volgens Popper kan de juistheid van een theorie nooit bewezen worden, maar wel weerlegd door een betrouwbare, herhaalde waarneming die niet klopt.

24

Hoe lang liep de stroom onverminderd rond in de Leidse proef met een supergeleidende ring?

Een Amerikaans onderzoeksteam herhaalde de proef later en liet een stroom twee jaar lang rondlopen zonder de geringste variatie in weerstand.

25

Welke Britse scheikundige stelde dat de weerstand van een metaal uit twee weerstanden bestaat?

Volgens hem zou de weerstand bij dalende temperatuur lineair afnemen tot alleen de constante restweerstand door onzuiverheden overblijft.

26

Welke Rus toonde aan dat er twee soorten supergeleiders (Type I en Type II) bestaan?

Elk type gedraagt zich anders in een magnetisch veld; Type-II-supergeleiders worden vooral gebruikt voor elektromagneten met zeer sterke velden.

27

Volgens wie leidde het 17e-eeuwse modernisme tot een 'mechanisering van het wereldbeeld'?

Die mechanisering beleefde volgens hem haar hoogtepunt in de klassieke mechanica van Newton.

28

Met wie startte de Leidse natuurkundige op 8 april 1911 zijn experiment met supergeleiding?

Bij het verhogen van de temperatuur zag de assistent dat de weerstand weer terugkwam.

29

Welk metaal bleek in de Leidse experimenten supergeleidend te worden bij 7,2 K?

Tin werd in dezelfde reeks proeven supergeleidend bij 3,8 K.

30

Welk zuiver metaal is de uitzondering onder de zuivere metalen die Type-I-supergeleiders zijn?

Boven de kritische veldsterkte Hc dringt de magnetische flux een Type-I-supergeleider volledig binnen en verdwijnt de supergeleiding abrupt.

Ken jij Wetenschap en supergeleiding?

Test deze feiten in de interactieve quiz.

Doe de quiz van 30 vragen
30 feiten over Wetenschap en supergeleiding