Naar de inhoud

30 feiten

30 leuke feiten over Aristoteles

Leer iets nieuws en test jezelf daarna met de quiz.

Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.

Wist je dit allemaal? Bewijs het.

Doe de quiz van 30 vragen
1

In welke Atheense instelling doceerde Aristoteles vanaf 335 v.Chr. dertien jaar lang?

Hij gaf er les in de Peripatos, de wandelgang van het gebouw, dat in het Grieks Lykeion heet.

2

Welke benaming krijgt Aristoteles omdat hij alle toen bekende wetenschappen beheerste?

Hij werkte die wetenschappen systematisch en methodisch uit tot een in zichzelf gesloten systeem en geldt daarom ook als systeemfilosoof.

3

Welk begrip, letterlijk een effen, lege plank, introduceert Aristoteles voor de ziel?

In de was van die effen plank worden de vormen afgedrukt: we nemen geen concrete tafel in ons op, maar de essentie van het begrip tafel.

4

In welk werk zette Aristoteles zijn opvattingen over moraal uiteen?

Anders dan zijn schetsmatige cursusnotities heeft dit boek een heldere structuur en een duidelijke logische rode draad.

5

In de bibliotheek van welke stad lagen de grotere werken van Aristoteles al vroeg?

Aangenomen wordt dat ze daar al in de derde eeuw voor Christus waren opgenomen.

6

Welke koning haalde Aristoteles rond 342 v.Chr. naar Macedonië als leraar voor zijn zoon?

De zoon, de latere Alexander de Grote, was dertien jaar toen de lessen begonnen; ze duurden tot omstreeks 340 v.Chr.

7

Wiens lot wilde Aristoteles ontlopen door Athene na een aanklacht te verlaten?

Hij zei de Atheners een tweede vergrijp tegen de filosofie te willen besparen en vertrok uit de stad.

8

Welk vijfde lichaam omgeeft volgens Aristoteles de elementen aarde, water, lucht en vuur?

Daarbuiten dacht hij zich sfeerlagen, waarvan de buitenste die van de vaste sterren zou zijn.

9

Van welke stroming in de ethiek geldt Aristoteles als de grondlegger?

Tot de wegen naar gelukzaligheid, het doel van het leven, rekent hij ook het genot, in het Grieks hèdonè.

10

In welke plaats werd de Griekse filosoof Aristoteles in 384 v.Chr. geboren?

Naar zijn geboorteplaats wordt hij in sommige publicaties ook wel de stagiriet genoemd.

11

Sinds welke uitvinding raakten de geschriften van Aristoteles in het Westen breder verspreid?

De meeste van zijn geschriften werden pas zo'n 800 jaar na de eerste vertaling verplichte leerstof in de westerse academische wereld.

12

Hoe heet de filosofische school die Aristoteles oprichtte op basis van zijn eigen methode?

Latere generaties van deze school richtten zich vooral op de natuurwetenschappen en lieten de filosofie voor wat ze was.

13

Op welke leeftijd vertrok Aristoteles naar Athene om leerling van Plato te worden?

Hij bleef twintig jaar aan de Akademeia en ging er pas weg na de dood van zijn leermeester in 347 v.Chr.

14

Wiens werken brachten Aristoteles vanaf de 12e eeuw via Andalusië naar het Westen?

Via de neoplatonisten was Aristoteles al veel eerder in het Syrisch en Arabisch vertaald, zodat hij de Arabische wereld lang vóór de westerse beïnvloedde.

15

Welke leer van Plato over lichaam en ziel verwierp Aristoteles categorisch?

Voor Aristoteles maakt de ziel onverbrekelijk deel uit van de lichamelijkheid, al bezit ze wel een onstoffelijk kenvermogen.

16

Waarvoor werd Aristoteles in Athene aangeklaagd na de dood van Alexander de Grote?

Door een anti-Macedonische stemming in de stad werd de oud-leraar van de veroveraar bovendien als collaborateur beschouwd.

17

Welke soort ziel, gericht op voeding en groei, hebben bij Aristoteles alle levensvormen?

Daarnaast onderscheidt hij een ziel van zintuigen, begeerten en beweging, die dieren en mensen met elkaar delen.

18

Welke ‘causa’ gold voor Aristoteles als de voornaamste oorzaak?

Deze doel-oorzaak werd later in de middeleeuwen gezien als de causa causarum, de oorzaak der oorzaken.

19

Welke verloren gegane teksten waren de enige die Aristoteles zelf heeft uitgegeven?

Veel van zijn oorspronkelijke werk ging al in de eerste eeuwen na zijn dood verloren.

20

Welke leer, waarin gelukzaligheid het doel van het leven is, huldigt Aristoteles?

Die gelukzaligheid vindt de mens volgens hem door de studie van filosofie en wetenschap, door morele verstandigheid en door genot.

21

Naar welke stad week Aristoteles in 323 v.Chr. uit, naar het landgoed van zijn moeder?

Hij stierf er een jaar later, op eenenzestigjarige leeftijd, aan de gevolgen van een maagkwaal.

22

Welke vrouw zegeviert in een middeleeuws verhaal over het intellect van Aristoteles?

Op afbeeldingen kruipt de filosoof op handen en voeten, met een toom in de mond, terwijl zij op zijn rug zit; het motief siert veel kerkportalen.

23

Met welk Grieks woord duidt Aristoteles de vorm van een ding aan, tegenover de stof?

Anders dan in de ideeënleer van zijn leermeester bestaat de vorm niet afzonderlijk: hij is enkel reëel voor zover hij in het concrete ding is gerealiseerd.

24

Welke deugd, de morele verstandigheid, noemt Aristoteles de belangrijkste?

Dit inzicht zorgt voor het kiezen van de goede handeling en het bepalen van het midden tussen verstand en gevoel.

25

Welke Griekse term staat bij Aristoteles voor potentie, het vermogen om te veranderen?

Verandering is bij hem een overgang van potentie naar act, in het Grieks entelecheia: een bepaalde graad van volmaaktheid.

26

Wie bracht volgens Strabo de herontdekte notities van Aristoteles naar Rome?

De notities lagen in Skepsis in een kelder, waar de boekhandelaar Appelicon ze ontdekte; Andronicus van Rhodos gaf ze ten slotte uit.

27

Door welke oom werd Aristoteles opgevoed nadat hij vroeg wees was geworden?

Zijn vader Nicomachus was een befaamde arts en lijfarts van de Macedonische koning Amyntas III.

28

Hoeveel werken van Aristoteles zijn gebundeld in zijn ‘Metafysica’?

De bundel is gericht op onderzoekingen van het zijn, ofwel de ontologie.

29

Welke Poolse filosoof (1878–1956) onderzocht de formele logica van Aristoteles?

Aristoteles ontwierp die formele logica toen hij de oorzaken van de valse redeneringen van de sofisten systematisch in kaart bracht.

30

Welke Griekse filosoof schreef rond 200 n.Chr. een commentaar op Aristoteles' ‘Metafysica’?

Zijn belangwekkende commentaar verscheen in een tijd waarin de aristotelische school zich vooral nog met natuurwetenschap bezighield.

Ken jij Aristoteles?

Test deze feiten in de interactieve quiz.

Doe de quiz van 30 vragen
30 feiten over Aristoteles die je nog niet kende