Naar de inhoud

30 feiten

30 leuke feiten over Bloedgroepen en bloedtransfusie

Leer iets nieuws en test jezelf daarna met de quiz.

Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.

Wist je dit allemaal? Bewijs het.

Doe de quiz van 30 vragen
1

Welk bloedgroepensysteem is bij de mens het belangrijkste?

Daarnaast is het resussysteem de tweede belangrijke groep bloedgroepantigenen bij de mens.

2

Op het celmembraan van welke cellen bepalen antigenen iemands bloedgroep?

Die antigenen zijn macromoleculen: eiwitten, koolhydraten, glycoproteïnen of glycolipiden met een grote molecuulmassa.

3

Welke bloedgroep geldt als universele donor, die aan iedere ontvanger gegeven kan worden?

In spoedsituaties wordt daarom altijd deze bloedgroep gegeven.

4

Welk allel van het AB0-systeem is recessief en levert geen bloedgroepantigeen op?

Het A-allel en het B-allel geven elk hun eigen antigeen; wie beide heeft, krijgt bloedgroep AB.

5

Hoe wordt de 0 van bloedgroep 0 gelezen wanneer men 'niet A en niet B' bedoelt?

Wie twee van die allelen heeft (genotype 00), krijgt deze bloedgroep, omdat het allel geen antigeen oplevert.

6

Welke antistof is altijd aanwezig bij mensen met bloedgroep B?

Omgekeerd heeft iedereen met bloedgroep A van nature anti-B in het bloed.

7

Bij welke resuscombinatie van moeder en kind maakt de moeder antistoffen tegen het kind?

Onbehandeld breekt het lichaam van de moeder bij een volgende zwangerschap het bloed van het kind af, wat dodelijk kan zijn.

8

Hoe heet de test waarbij bloed van de patiënt met bloed van de donor wordt gekruist?

Die test gebeurt pas op het moment dat er daadwerkelijk bloed nodig is.

9

Aan welke bloedgroepen mag iemand met bloedgroep A bloed geven?

Bloedgroep B mag enkel aan B en AB geven, en AB uitsluitend aan AB.

10

Hoeveel verschillende allelen heeft het gen dat de AB0-bloedgroep bepaalt?

Omdat de mens diploïd is, bepaalt een combinatie van twee allelen de uiteindelijke bloedgroep.

11

Welke twee antistoffen komen in het bloedgroepensysteem van nature voor?

Mensen met bloedgroep 0 hebben ze allebei, omdat hun rode cellen geen A- of B-antigeen dragen.

12

Welk antigeen bedoelt men wanneer iemand resuspositief of resusnegatief wordt genoemd?

Het resussysteem omvat ook de antigenen C, c, E en e, maar die zijn veel minder bekend.

13

In welk jaar ontdekte Karl Landsteiner dat er verschillende bloedgroepen bestaan?

Door vóór een transfusie een monster bloed van donor en ontvanger te vermengen, werd de ingreep levensreddend in plaats van levensgevaarlijk.

14

Welk resuspositief kind van een resusnegatieve moeder ondervindt bijna nooit gevolgen?

Bij een volgend resuspositief kind maakt de moeder wél antistoffen die het bloed van het kind afbreken.

15

In welke twee landen is 0+ de meest voorkomende en AB- de zeldzaamste bloedgroep?

De verdeling verschilt ook per etnische groep; bij mensen van Afrikaanse origine komt bloedgroep A vaak voor.

16

Hoe heet het samenklonteren van rode cellen wanneer antistoffen eraan gaan plakken?

Dat gebeurt bijvoorbeeld als iemand met bloedgroep 0 bloed van bloedgroep A ontvangt: de anti-A plakt aan de donorcellen.

17

Hoe gedragen de allelen A en B van het AB0-systeem zich ten opzichte van elkaar?

Ten opzichte van de nul-variant zijn A en B allebei dominant, zodat genotype A0 bloedgroep A oplevert.

18

Wanneer worden de natuurlijk voorkomende bloedgroepantistoffen gevormd?

Antistoffen zijn eiwitten die het lichaam aanmaakt als reactie op een lichaamsvreemde stof.

19

Waar wordt de 0 in 'bloedgroep 0' bijna altijd als een letter uitgesproken?

Kinderen erven van elke ouder een van de twee allelen, zodat de bloedgroep van beide ouders afhangt.

20

Hoe heten alle bloedgroepantistoffen die niet van nature voorkomen?

Ze ontstaan pas na contact met andermans bloed, bijvoorbeeld na een transfusie of bij een zwangerschap.

21

Bij welke bevolkingsgroep komt bloedgroep B vaak voor?

Niet elke bloedgroep komt even vaak voor; de verdeling verschilt tussen landen en etnische groepen.

22

In welke stad staat het hoofdkantoor van de International Society of Blood Transfusion?

Een bloedzak heet in een klinische omgeving een 'packed cell'.

23

Wat kon men sinds begin 20e eeuw met bloedgroepen over een ouder-kindrelatie doen?

Aantonen kan zo'n vergelijking een verwantschap nooit; daarvoor gebruikt men tegenwoordig DNA-onderzoek.

24

Waarom spelen systemen als Kell en Duffy een ondergeschikte rol naast AB0 en resus?

Toch kunnen ze tijdens een transfusie cruciaal zijn en worden ze in het bloedtransfusielaboratorium nader onderzocht.

25

Rond welke zwangerschapsweek krijgt een resusnegatieve moeder anti-D toegediend?

De resusantistoffen vangen de foetale cellen weg voordat de moeder er zelf antistoffen tegen aanmaakt.

26

In welk jaar werd het resusantigeen bij de resusaap ontdekt?

Het resusbloedgroepensysteem is ernaar vernoemd, maar is niet hetzelfde als dat antigeen van de aap.

27

Hoeveel menselijke bloedgroepsystemen erkent de International Society of Blood Transfusion?

Bloedgroepen zijn erfelijk en worden van beide ouders overgedragen.

28

Van welk Duits woord zou de letter O in de bloedgroepnaam volgens sommigen zijn afgeleid?

De theorie schrijft die bedoeling toe aan de Oostenrijkse ontdekker van de bloedgroepen, Karl Landsteiner.

29

Welk deel van de Benelux-transfusies was zonder kennis van het AB0-systeem toch compatibel?

Patiënten met bloedgroep AB en A namen daarvan het grootste deel voor hun rekening.

30

Welke twee clubs speelden tussen 1931 en 1939 elk jaar de bloedtransfusiewedstrijd?

De opbrengst van die jaarlijkse wedstrijd ging naar het Rode Kruis.

Ken jij Bloedgroepen en bloedtransfusie?

Test deze feiten in de interactieve quiz.

Doe de quiz van 30 vragen
30 feiten over Bloedgroepen en bloedtransfusie