Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Je bloedgroep wordt bepaald door antigenen op je rode bloedcellen en erf je van je ouders. Sinds de ontdekking van de bloedgroepen rond 1900 is een bloedtransfusie van een levensgevaarlijke gok een levensreddende ingreep geworden. Deze quiz gaat over het AB0-systeem, de resusfactor, antistoffen en wat er gebeurt als donor en ontvanger niet bij elkaar passen. Ook de praktijk komt aan bod: van de kruisproef in het laboratorium tot transfusiereacties en alternatieven voor donorbloed.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Welk bloedgroepensysteem is bij de mens het belangrijkste?
AB0
Daarnaast is het resussysteem de tweede belangrijke groep bloedgroepantigenen bij de mens.
Q 02Op het celmembraan van welke cellen bepalen antigenen iemands bloedgroep?
Rode bloedcellen
Die antigenen zijn macromoleculen: eiwitten, koolhydraten, glycoproteïnen of glycolipiden met een grote molecuulmassa.
Q 03Welke bloedgroep geldt als universele donor, die aan iedere ontvanger gegeven kan worden?
0-
In spoedsituaties wordt daarom altijd deze bloedgroep gegeven.
Q 04Welk allel van het AB0-systeem is recessief en levert geen bloedgroepantigeen op?
0-allel
Het A-allel en het B-allel geven elk hun eigen antigeen; wie beide heeft, krijgt bloedgroep AB.
Q 05Hoe wordt de 0 van bloedgroep 0 gelezen wanneer men 'niet A en niet B' bedoelt?
Nul
Wie twee van die allelen heeft (genotype 00), krijgt deze bloedgroep, omdat het allel geen antigeen oplevert.
Q 06Welke antistof is altijd aanwezig bij mensen met bloedgroep B?
Anti-A
Omgekeerd heeft iedereen met bloedgroep A van nature anti-B in het bloed.
Q 07Bij welke resuscombinatie van moeder en kind maakt de moeder antistoffen tegen het kind?
Moeder negatief, kind positief
Onbehandeld breekt het lichaam van de moeder bij een volgende zwangerschap het bloed van het kind af, wat dodelijk kan zijn.
Q 08Hoe heet de test waarbij bloed van de patiënt met bloed van de donor wordt gekruist?
Kruisproef
Die test gebeurt pas op het moment dat er daadwerkelijk bloed nodig is.
Q 09Aan welke bloedgroepen mag iemand met bloedgroep A bloed geven?
A en AB
Bloedgroep B mag enkel aan B en AB geven, en AB uitsluitend aan AB.
Q 10Hoeveel verschillende allelen heeft het gen dat de AB0-bloedgroep bepaalt?
3
Omdat de mens diploïd is, bepaalt een combinatie van twee allelen de uiteindelijke bloedgroep.
Q 11Welke twee antistoffen komen in het bloedgroepensysteem van nature voor?
Anti-A en anti-B
Mensen met bloedgroep 0 hebben ze allebei, omdat hun rode cellen geen A- of B-antigeen dragen.
Q 12Welk antigeen bedoelt men wanneer iemand resuspositief of resusnegatief wordt genoemd?
D
Het resussysteem omvat ook de antigenen C, c, E en e, maar die zijn veel minder bekend.
Q 13In welk jaar ontdekte Karl Landsteiner dat er verschillende bloedgroepen bestaan?
1900
Door vóór een transfusie een monster bloed van donor en ontvanger te vermengen, werd de ingreep levensreddend in plaats van levensgevaarlijk.
Q 21Bij welke bevolkingsgroep komt bloedgroep B vaak voor?
Aziaten
Niet elke bloedgroep komt even vaak voor; de verdeling verschilt tussen landen en etnische groepen.
Q 22In welke stad staat het hoofdkantoor van de International Society of Blood Transfusion?
Amsterdam
Een bloedzak heet in een klinische omgeving een 'packed cell'.
Q 23Wat kon men sinds begin 20e eeuw met bloedgroepen over een ouder-kindrelatie doen?
Weerleggen
Aantonen kan zo'n vergelijking een verwantschap nooit; daarvoor gebruikt men tegenwoordig DNA-onderzoek.
Waarom spelen systemen als Kell en Duffy een ondergeschikte rol naast AB0 en resus?
Q 14Welk resuspositief kind van een resusnegatieve moeder ondervindt bijna nooit gevolgen?
Eerste
Bij een volgend resuspositief kind maakt de moeder wél antistoffen die het bloed van het kind afbreken.
Q 15In welke twee landen is 0+ de meest voorkomende en AB- de zeldzaamste bloedgroep?
Nederland en België
De verdeling verschilt ook per etnische groep; bij mensen van Afrikaanse origine komt bloedgroep A vaak voor.
Q 16Hoe heet het samenklonteren van rode cellen wanneer antistoffen eraan gaan plakken?
Agglutinatie
Dat gebeurt bijvoorbeeld als iemand met bloedgroep 0 bloed van bloedgroep A ontvangt: de anti-A plakt aan de donorcellen.
Q 17Hoe gedragen de allelen A en B van het AB0-systeem zich ten opzichte van elkaar?
Co-dominant
Ten opzichte van de nul-variant zijn A en B allebei dominant, zodat genotype A0 bloedgroep A oplevert.
Q 18Wanneer worden de natuurlijk voorkomende bloedgroepantistoffen gevormd?
Na de geboorte
Antistoffen zijn eiwitten die het lichaam aanmaakt als reactie op een lichaamsvreemde stof.
Q 19Waar wordt de 0 in 'bloedgroep 0' bijna altijd als een letter uitgesproken?
Vlaanderen
Kinderen erven van elke ouder een van de twee allelen, zodat de bloedgroep van beide ouders afhangt.
Q 20Hoe heten alle bloedgroepantistoffen die niet van nature voorkomen?
Irregulaire antistoffen
Ze ontstaan pas na contact met andermans bloed, bijvoorbeeld na een transfusie of bij een zwangerschap.
Veel minder immunogeen
Toch kunnen ze tijdens een transfusie cruciaal zijn en worden ze in het bloedtransfusielaboratorium nader onderzocht.
Q 25Rond welke zwangerschapsweek krijgt een resusnegatieve moeder anti-D toegediend?
30
De resusantistoffen vangen de foetale cellen weg voordat de moeder er zelf antistoffen tegen aanmaakt.
Q 26In welk jaar werd het resusantigeen bij de resusaap ontdekt?
1940
Het resusbloedgroepensysteem is ernaar vernoemd, maar is niet hetzelfde als dat antigeen van de aap.
Q 27Hoeveel menselijke bloedgroepsystemen erkent de International Society of Blood Transfusion?
Meer dan 40
Bloedgroepen zijn erfelijk en worden van beide ouders overgedragen.
Q 28Van welk Duits woord zou de letter O in de bloedgroepnaam volgens sommigen zijn afgeleid?
ohne
De theorie schrijft die bedoeling toe aan de Oostenrijkse ontdekker van de bloedgroepen, Karl Landsteiner.
Q 29Welk deel van de Benelux-transfusies was zonder kennis van het AB0-systeem toch compatibel?
Twee derde
Patiënten met bloedgroep AB en A namen daarvan het grootste deel voor hun rekening.
Q 30Welke twee clubs speelden tussen 1931 en 1939 elk jaar de bloedtransfusiewedstrijd?
Sparta Rotterdam en Feyenoord
De opbrengst van die jaarlijkse wedstrijd ging naar het Rode Kruis.