Naar de inhoud

30 feiten

30 leuke feiten over Insuline

Leer iets nieuws en test jezelf daarna met de quiz.

Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.

Wist je dit allemaal? Bewijs het.

Doe de quiz van 30 vragen
1

Onder welke Nederlandse naam is diabetes mellitus ook bekend?

De aandoening komt in twee typen voor; bij beide is de suikerstofwisseling op een of andere manier verstoord.

2

Waarom kan insuline niet als tablet worden ingenomen?

Andere bloedsuikerregulerende middelen kunnen wel worden geslikt. Insuline wordt daarom meestal met een injectie of een pomp toegediend.

3

Welk van deze hormonen heeft een tegengestelde werking ten opzichte van insuline?

Ook adrenaline en cortisol verhogen de glucosespiegel en zijn daarmee tegenspelers van insuline.

4

Hoe heet een te lage bloedsuikerspiegel in medische termen?

Onbehandeld kan deze toestand dodelijk zijn. Hoe beter de bloedsuikerwaarden door de therapie worden, hoe groter de kans erop.

5

Welke cellen in de eilandjes van Langerhans maken insuline aan?

Na de aanmaak wordt het hormoon via het bloed door het lichaam vervoerd. Een volwassene geeft er dagelijks tientallen eenheden van af.

6

Welke factor bepaalt het sterkst hoeveel insuline het lichaam afgeeft?

Ook vetzuren in het bloed stimuleren de afgifte. Veel suiker consumeren, bijvoorbeeld via frisdrank, zet de productie van insuline aan.

7

Waardoor wordt diabetes mellitus type 2 gekenmerkt?

Bij type 2 wordt wel voldoende insuline gemaakt, maar reageren de lichaamscellen er onvoldoende op. Bij type 1 maakt het lichaam het hormoon juist niet aan.

8

Welke organisatie heeft insuline op haar lijst van essentiële geneesmiddelen staan?

Insulinetherapie geneest diabetes niet: in principe blijft een patiënt er de rest van zijn leven van afhankelijk.

9

Welke twee Canadezen slaagden er op 27 juli 1921 in insuline te isoleren?

Het hormoon kwam uit dierlijk klierweefsel; ook de eerste medicinale insuline werd later uit dieren zoals koeien en varkens gewonnen.

10

Wat is de medische term voor de onderhuidse injectie waarmee insuline meestal wordt gegeven?

Insuline kan ook direct in het bloed worden gegeven, maar zo'n infuus wordt alleen in het ziekenhuis bij noodgevallen gebruikt.

11

In welke vorm slaan spier- en levercellen glucose op onder invloed van insuline?

Insuline stimuleert daarnaast de aanmaak van vetzuren uit glucose en de eiwitsynthese, onder andere in spierweefsel.

12

In welke vorm wordt inhaleerbare insuline ingeademd?

Via de longen komt de insuline in de bloedsomloop. De werking is gelijk aan die van geïnjecteerde kortwerkende insuline.

13

In welke Nederlandse stad werd begin 1923 voor het eerst iemand met insuline behandeld?

De patiënt was Jan Volkert Rijpperda Wierdsma, die werd behandeld bij professor Leonard Polak Daniels.

14

Hoe heet de grotere hoeveelheid insuline die het lichaam rond een maaltijd afgeeft?

Daarnaast geeft een gezond lichaam dag en nacht voortdurend kleine hoeveelheden insuline af aan de bloedsomloop.

15

Welke meting toont het gemiddelde bloedsuikergehalte over de laatste 2 of 3 maanden?

Deze controle doet de behandelaar. Patiënten meten daarnaast zelf, meestal één of meer keren per dag, hun actuele waarde.

16

Waarmee zijn de twee polypeptiden van het insulinemolecuul aan elkaar bevestigd?

Het zijn er precies twee. Insuline is daarmee een eiwitcomplex en geen enkele, doorlopende keten.

17

Wie vond in 1956 met zijn medewerkers de chemische samenstelling van insuline?

Dat onderzoek gebeurde in Engeland. De ruimtelijke structuur van het molecuul werd pas jaren later met röntgenonderzoek ontrafeld.

18

Wie was de eerste diabetespatiënt die met externe insuline werd behandeld?

De behandeling vond plaats in 1922, een jaar nadat het hormoon voor het eerst was geïsoleerd.

19

In welk jaar kwam humulin, de eerste synthetische humane insuline, op de markt?

Het middel werd ontwikkeld door Genentech en op de markt gebracht door het farmaceutische bedrijf Eli Lilly.

20

Welk proces, ook wel vetverbranding genoemd, wordt door insuline geremd?

Insuline remt daarnaast de gluconeogenese en de glycogenolyse in de lever.

21

Bij welk noodgeval krijgt een patiënt in het ziekenhuis insuline via een intraveneus infuus?

Buiten het ziekenhuis zijn injecties en de insulinepomp de meest gebruikte toedieningsvormen.

22

Van welk mineraal daalt de bloedspiegel doordat insuline de ionen ervan de cellen in stuurt?

Het gaat om K+-ionen. Insuline stimuleert daarnaast onder meer de eiwitsynthese in spierweefsel.

23

Voor welk proces komt glucose beschikbaar nadat het via GLUT-4 de cellen in is gebracht?

Insuline stimuleert dit transport door de celmembranen; daardoor wordt de afbraak van vetten verhinderd.

24

Welk deel van het zenuwstelsel stimuleert de afgifte van insuline?

De belangrijkste prikkel blijft echter de hoeveelheid suiker in het bloed; ook vetzuren in het bloed zetten de afgifte aan.

25

Hoe werd het C-peptide, dat naast insuline ontstaat, in het verleden beschouwd?

Recente studies tonen dat het wel degelijk een bioactieve stof is, die moleculaire en fysiologische effecten kan ontlokken.

26

Onder welke merknaam kwam insuline lispro in 1996 als eerste insulineanalogon op de markt?

Insuline-analoga zijn gebaseerd op synthetische humane insuline, maar zo aangepast dat ze korter en sneller of juist langer werken.

27

Hoeveel insuline-afscheidende granulen bevat één insulineproducerende cel maximaal?

Het minimum ligt rond de 5.000. Bij acute stimulatie komen eerst de granulen vrij die al bij het celmembraan aanwezig zijn.

28

Welk onderzoek wordt meestal uitgevoerd bij het vermoeden van een insulinoom?

De verdenking op een insulinoom is een van de medische indicaties om het insulinegehalte van het bloed te meten.

29

Welk bloedvat bereikt insuline na de capillairen van de eilandjes van Langerhans?

De capillairen van de eilandjes zijn gefenestreerd, dat wil zeggen voorzien van poriën; de insuline komt eerst in de tussenliggende ruimte terecht.

30

Welk kanaal opent zich in een insulineproducerende cel als de celmembraan depolariseert?

Het kanaal is spanningsafhankelijk. Doordat de calciumconcentratie in de cel stijgt, wordt uiteindelijk insuline afgegeven.

Ken jij Insuline?

Test deze feiten in de interactieve quiz.

Doe de quiz van 30 vragen
30 feiten over Insuline die je nog niet kende