Naar de inhoud

30 feiten

30 leuke feiten over Klimaatverandering: van ijstijd tot opwarming

Leer iets nieuws en test jezelf daarna met de quiz.

Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.

Wist je dit allemaal? Bewijs het.

Doe de quiz van 30 vragen
1

Via welk proces halen planten het broeikasgas kooldioxide uit de atmosfeer?

Planten spelen daardoor een belangrijke rol in de koolstofkringloop en hebben grote invloed op de samenstelling van de atmosfeer.

2

Welke stormen worden zwaarder naarmate het zeewater warmer is?

Boven warm zeewater verdampt veel water: de vochtige lucht stijgt op, vormt wolken en voert warmte naar hogere luchtlagen.

3

In welke bevroren bodem rond de Noordpool liggen grote hoeveelheden methaan opgeslagen?

Wetenschappers vermoeden dat zulke voorraden in het verleden in korte tijd zijn vrijgekomen, waardoor de temperatuur tijdelijk sterk opliep.

4

Waardoor wordt het op plaatsen met veel ijs nog kouder, zodat er weer meer ijs ontstaat?

Het omgekeerde versterkt zichzelf ook: slinkt het ijs, dan absorbeert het land meer zonnestraling en wordt het warmer.

5

Welk proces, aangedreven door convectiestromen in de aardmantel, laat continenten verschuiven?

Het gaat om 0,5 tot 8,5 cm per jaar; de ligging van de werelddelen geldt als een oorzaak van grote klimaatverschillen tussen geologische perioden.

6

Welk woord benadrukt de urgentie van klimaatmaatregelen en de schade voor mens en natuur?

Strikt genomen slaat opwarming van de aarde alleen op de toename van de gemiddelde oppervlaktetemperatuur.

7

Op welk supercontinent lag aan het begin van het Mesozoïcum alle landmassa op aarde bijeen?

Grote delen ervan stonden onder water en vormden warme, ondiepe binnenzeeën; in de loop der tijd brak het op.

8

Welk stadium bereikt de zon over ongeveer 5,5 miljard jaar?

De aarde zal voor die tijd verbranden en door getijdenvelden fijngemalen worden.

9

Welk gebergte houdt Patagonië droog doordat de regen aan de westkant ervan valt?

De wind waait daar overwegend uit het westen; door de stijgingsregens is de lucht aan de andere kant van de bergen al veel vocht kwijt.

10

Op het klimaat van welke planeet gaat dat van de aarde over twee miljard jaar lijken?

De zon wordt op lange termijn steeds warmer en groter; over ruim een miljard jaar verdampt daardoor het grootste deel van het oceaanwater.

11

Hoe noemt men de toestand, zo'n 650 miljoen jaar terug, met ijs over bijna de hele planeet?

Het meeste kooldioxide was uit de atmosfeer verdwenen, en door de hoge reflectie nam de inkomende warmte van de zon met ongeveer 8% af.

12

Welke wetenschap bestudeert de klimaatveranderingen in de hele geschiedenis van de aarde?

Ze leidt klimaatgegevens onder meer af uit gassen in ijskernen, dendrologische gegevens, pollen en zuurstofisotopen in sedimenten.

13

Welk geologisch tijdvak begon 11.700 jaar geleden en duurt nu nog voort?

Het is een interglaciaal: een geologisch gezien vrij korte, warme periode tussen twee glacialen in.

14

Welk broeikasgas heeft per definitie een aardopwarmingsvermogen (GWP) van precies 1?

Het GWP vergelijkt het opwarmingsvermogen van 1 kg van een gas met dat van 1 kg CO2; de berekende waarden staan in de rapporten van het IPCC.

15

Hoe heet de warme periode van ongeveer 950 tot 1250 na Christus?

De opwarming bleef waarschijnlijk beperkt tot een deel van het noordelijk halfrond; in ijskernen uit Antarctica is er geen spoor van terug te vinden.

16

Eens per hoeveel jaar doet El Niño zich gemiddeld ongeveer voor?

Het verschijnsel speelt in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan; een duidelijke periodiciteit is moeilijk te ontdekken.

17

Welke Amerikaanse meteoroloog ontdekte het vlindereffect in weerberekeningen?

Zijn vondst gaf in de jaren 70 een aanzet tot de chaostheorie: weermodellen zijn dynamische systemen met vaak niet-lineaire eigenschappen.

18

Tijdens welke koude periode viel het Maunderminimum, een tijd met weinig zonnevlekken?

Die koude eeuwen duurden van ongeveer 1450 tot 1850: de winters in Europa waren kouder en langer, en op veel plekken groeiden de gletsjers.

19

Naar wie zijn de cycli genoemd die het ritme van de glacialen bepalen?

Ze bestaan uit drie periodes die ongeveer 100.000, 41.000 en 26.000 jaar duren.

20

Hoe lang is de verblijftijd van het broeikasgas methaan in de atmosfeer?

Na een grote uitstoot is het gas daardoor al na enkele decennia weer uit de lucht verdwenen.

21

Naar welke waarde is de pH van het zeewater sinds de industriële revolutie gedaald?

Het kooldioxidegehalte van de atmosfeer beïnvloedt de zuurgraad van het zeewater, en daarmee ook het leven in zee en de sedimentatie.

22

Ruim hoeveel miljoen jaar geleden brak het Pleistoceen aan, de ijstijd vol glacialen?

Sindsdien hebben zich ongeveer vijftig grotere en kleinere ijstijden voorgedaan, afgewisseld met warmere tussenperioden.

23

Over welke periode wordt het aardopwarmingsvermogen van een broeikasgas meestal berekend?

De uitkomst hangt af van de gekozen tijdsperiode: voor sommige gassen wordt ze groter bij een langere periode, voor andere kleiner.

24

Ruwweg welk deel van de CO2 verdwijnt pas na tienduizenden jaren uit de atmosfeer?

Een klein deel verdwijnt al binnen enkele jaren; hoeveel er lang blijft hangen, hangt af van de totale emissies.

25

De zwaartekracht van welke twee planeten verstoort de aardbaan en beïnvloedt zo de ijstijden?

De precessie van de aardas wordt daarentegen veroorzaakt door getijdenvelden van de zon en de maan.

26

Hoe heet het vorige interglaciaal, deels bewaard in ijskernen uit de Groenlandse ijskap?

De ijskernen suggereren dat het klimaat toen binnen enkele tientallen jaren omsloeg naar een glaciale modus.

27

Welke naam draagt de oudste bekende ijstijd, van 2.400 tot 2.100 miljoen jaar geleden?

Ze was waarschijnlijk het gevolg van de eerste zuurstofcrisis: bijna alle methaan verdween door oxidatie uit de atmosfeer, die daardoor sterk afkoelde.

28

Welke Deense klimaatwetenschapper propageert een theorie over kosmische straling en wolken?

Het idee: het magnetische veld van de zon vormt een schild tegen kosmische deeltjes, en de sterkte daarvan zou de wolkvorming beïnvloeden.

29

Na ongeveer hoeveel jaar herhalen de Dansgaard-Oeschger-cycli zich?

Ze zijn onder meer vastgesteld met metingen in de Groenlandse ijskap; de meest aangehangen verklaring is een plotselinge verandering in oceaanstromingen.

30

Welke hypothese beschrijft een terugkoppeling tussen fytoplankton en het albedo van wolken?

Organismen beïnvloeden zo zelf het klimaat waarin ze leven; zo'n terugkoppeling kan zowel positief als negatief zijn.

Ken jij Klimaatverandering: van ijstijd tot opwarming?

Test deze feiten in de interactieve quiz.

Doe de quiz van 30 vragen
30 feiten over Klimaatverandering: van ijstijd tot opwarming