Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Het klimaat op aarde is nooit hetzelfde gebleven: ijstijden en broeikasperioden wisselden elkaar af. Sinds het begin van de 20e eeuw stijgt de temperatuur snel, nu door de uitstoot van de mens. Deze quiz gaat over de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering: broeikasgassen, zeestromingen, de baan van de aarde en de koolstofkringloop. Van oeroude ijstijden tot de modelberekeningen van het IPCC: test wat je weet over het klimaat van vroeger, nu en straks.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Via welk proces halen planten het broeikasgas kooldioxide uit de atmosfeer?
fotosynthese
Planten spelen daardoor een belangrijke rol in de koolstofkringloop en hebben grote invloed op de samenstelling van de atmosfeer.
Q 02Welke stormen worden zwaarder naarmate het zeewater warmer is?
tropische cyclonen
Boven warm zeewater verdampt veel water: de vochtige lucht stijgt op, vormt wolken en voert warmte naar hogere luchtlagen.
Q 03In welke bevroren bodem rond de Noordpool liggen grote hoeveelheden methaan opgeslagen?
permafrost
Wetenschappers vermoeden dat zulke voorraden in het verleden in korte tijd zijn vrijgekomen, waardoor de temperatuur tijdelijk sterk opliep.
Q 04Waardoor wordt het op plaatsen met veel ijs nog kouder, zodat er weer meer ijs ontstaat?
extra zonlicht kaatst terug de ruimte in
Het omgekeerde versterkt zichzelf ook: slinkt het ijs, dan absorbeert het land meer zonnestraling en wordt het warmer.
Q 05Welk proces, aangedreven door convectiestromen in de aardmantel, laat continenten verschuiven?
platentektoniek
Het gaat om 0,5 tot 8,5 cm per jaar; de ligging van de werelddelen geldt als een oorzaak van grote klimaatverschillen tussen geologische perioden.
Q 06Welk woord benadrukt de urgentie van klimaatmaatregelen en de schade voor mens en natuur?
klimaatcrisis
Strikt genomen slaat opwarming van de aarde alleen op de toename van de gemiddelde oppervlaktetemperatuur.
Q 07Op welk supercontinent lag aan het begin van het Mesozoïcum alle landmassa op aarde bijeen?
Pangea
Grote delen ervan stonden onder water en vormden warme, ondiepe binnenzeeën; in de loop der tijd brak het op.
Q 08Welk stadium bereikt de zon over ongeveer 5,5 miljard jaar?
rode reus
De aarde zal voor die tijd verbranden en door getijdenvelden fijngemalen worden.
Q 09Welk gebergte houdt Patagonië droog doordat de regen aan de westkant ervan valt?
Andes
De wind waait daar overwegend uit het westen; door de stijgingsregens is de lucht aan de andere kant van de bergen al veel vocht kwijt.
Q 10Op het klimaat van welke planeet gaat dat van de aarde over twee miljard jaar lijken?
Venus
De zon wordt op lange termijn steeds warmer en groter; over ruim een miljard jaar verdampt daardoor het grootste deel van het oceaanwater.
Q 11Hoe noemt men de toestand, zo'n 650 miljoen jaar terug, met ijs over bijna de hele planeet?
sneeuwbalaarde
Het meeste kooldioxide was uit de atmosfeer verdwenen, en door de hoge reflectie nam de inkomende warmte van de zon met ongeveer 8% af.
Q 12Welke wetenschap bestudeert de klimaatveranderingen in de hele geschiedenis van de aarde?
paleoklimatologie
Ze leidt klimaatgegevens onder meer af uit gassen in ijskernen, dendrologische gegevens, pollen en zuurstofisotopen in sedimenten.
Q 13Welk geologisch tijdvak begon 11.700 jaar geleden en duurt nu nog voort?
Holoceen
Het is een interglaciaal: een geologisch gezien vrij korte, warme periode tussen twee glacialen in.
Q 21Naar welke waarde is de pH van het zeewater sinds de industriële revolutie gedaald?
8,1
Het kooldioxidegehalte van de atmosfeer beïnvloedt de zuurgraad van het zeewater, en daarmee ook het leven in zee en de sedimentatie.
Q 22Ruim hoeveel miljoen jaar geleden brak het Pleistoceen aan, de ijstijd vol glacialen?
2,5
Sindsdien hebben zich ongeveer vijftig grotere en kleinere ijstijden voorgedaan, afgewisseld met warmere tussenperioden.
Q 23Over welke periode wordt het aardopwarmingsvermogen van een broeikasgas meestal berekend?
100 jaar
De uitkomst hangt af van de gekozen tijdsperiode: voor sommige gassen wordt ze groter bij een langere periode, voor andere kleiner.
Q 14Welk broeikasgas heeft per definitie een aardopwarmingsvermogen (GWP) van precies 1?
koolstofdioxide
Het GWP vergelijkt het opwarmingsvermogen van 1 kg van een gas met dat van 1 kg CO2; de berekende waarden staan in de rapporten van het IPCC.
Q 15Hoe heet de warme periode van ongeveer 950 tot 1250 na Christus?
Middeleeuws klimaatoptimum
De opwarming bleef waarschijnlijk beperkt tot een deel van het noordelijk halfrond; in ijskernen uit Antarctica is er geen spoor van terug te vinden.
Q 16Eens per hoeveel jaar doet El Niño zich gemiddeld ongeveer voor?
vijf
Het verschijnsel speelt in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan; een duidelijke periodiciteit is moeilijk te ontdekken.
Q 17Welke Amerikaanse meteoroloog ontdekte het vlindereffect in weerberekeningen?
Edward Lorenz
Zijn vondst gaf in de jaren 70 een aanzet tot de chaostheorie: weermodellen zijn dynamische systemen met vaak niet-lineaire eigenschappen.
Q 18Tijdens welke koude periode viel het Maunderminimum, een tijd met weinig zonnevlekken?
Kleine IJstijd
Die koude eeuwen duurden van ongeveer 1450 tot 1850: de winters in Europa waren kouder en langer, en op veel plekken groeiden de gletsjers.
Q 19Naar wie zijn de cycli genoemd die het ritme van de glacialen bepalen?
Milanković
Ze bestaan uit drie periodes die ongeveer 100.000, 41.000 en 26.000 jaar duren.
Q 20Hoe lang is de verblijftijd van het broeikasgas methaan in de atmosfeer?
12 jaar
Na een grote uitstoot is het gas daardoor al na enkele decennia weer uit de lucht verdwenen.
Q 24Ruwweg welk deel van de CO2 verdwijnt pas na tienduizenden jaren uit de atmosfeer?
een kwart
Een klein deel verdwijnt al binnen enkele jaren; hoeveel er lang blijft hangen, hangt af van de totale emissies.
Q 25De zwaartekracht van welke twee planeten verstoort de aardbaan en beïnvloedt zo de ijstijden?
Jupiter en Saturnus
De precessie van de aardas wordt daarentegen veroorzaakt door getijdenvelden van de zon en de maan.
Q 26Hoe heet het vorige interglaciaal, deels bewaard in ijskernen uit de Groenlandse ijskap?
Eemien
De ijskernen suggereren dat het klimaat toen binnen enkele tientallen jaren omsloeg naar een glaciale modus.
Q 27Welke naam draagt de oudste bekende ijstijd, van 2.400 tot 2.100 miljoen jaar geleden?
Huronische ijstijd
Ze was waarschijnlijk het gevolg van de eerste zuurstofcrisis: bijna alle methaan verdween door oxidatie uit de atmosfeer, die daardoor sterk afkoelde.
Q 28Welke Deense klimaatwetenschapper propageert een theorie over kosmische straling en wolken?
Henrik Svensmark
Het idee: het magnetische veld van de zon vormt een schild tegen kosmische deeltjes, en de sterkte daarvan zou de wolkvorming beïnvloeden.
Q 29Na ongeveer hoeveel jaar herhalen de Dansgaard-Oeschger-cycli zich?
1.470
Ze zijn onder meer vastgesteld met metingen in de Groenlandse ijskap; de meest aangehangen verklaring is een plotselinge verandering in oceaanstromingen.
Q 30Welke hypothese beschrijft een terugkoppeling tussen fytoplankton en het albedo van wolken?
CLAW-hypothese
Organismen beïnvloeden zo zelf het klimaat waarin ze leven; zo'n terugkoppeling kan zowel positief als negatief zijn.