Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Waar houdt een dialect op en begint een taal? Taalkundigen hebben er geen vaste maatstaf voor, en juist die grijze zone maakt het onderwerp zo boeiend. Van de dorpen aan de Nederlands-Duitse grens tot de strijd om een officiële taalstatus: dialecten zeggen veel over macht, prestige en geschiedenis. Deze quiz gaat over het ontstaan van de Nederlandse standaardtaal, het verschil tussen taal en dialect, en de dialectologie als vakgebied. Je komt streektalen, taalgrenzen en taalkundige begrippen tegen. Speel de quiz direct online of print hem uit voor een quizavond.
Alle 28 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01In welk vakgebied duidt 'dialect' ook varianten van programmeertalen aan?
Informatica
In de taalkunde zelf staat het woord verwant aan regiolect, sociolect en etnolect, en in mindere mate aan idiolect.
Q 02Ten gunste van welke taal wordt het Nederlands aan de universiteiten teruggedrongen?
Engels
Sommigen noemen dat de dialectisering van het Standaard-Nederlands tot spreektaal en zien de verschuiving als vooruitgang.
Q 03Wat bepaalt tegenwoordig de geografische reikwijdte van de standaardtalen?
Staatsgrenzen
Aan weerszijden van de grens verdwijnt het dialect en wordt steeds vaker de standaardtaal als moedertaal gesproken.
Q 04Van welke taaltak zijn Nederlands, Hoogduits, Fries en Elzassisch allemaal dialecten?
West-Germaans
Tot dezelfde groep behoren ook het Limburgs, het Nederduits, het Zwitserduits en de variant van het Duits die in de Duitse hoofdstad wordt gesproken.
Q 05Welk verlies brengt het verdwijnen van dialecten mee, als taal het vehikel van de cultuur is?
Cultuurverlies
Met een dialect verdwijnt een deel van het linguïstisch geheugen, zoals beeldspraak en de woordenschat van ambachtelijke productiewijzen.
Q 06Hoe noemt de taalkunde liever een variëteit met een klein geografisch bereik?
Streektaal
Taalkundigen mijden het woord dialect in de volksaardige betekenis, omdat het de misvatting voedt dat er van nature 'hogere' talen en 'lagere' variëteiten bestaan.
Q 07Welk begrip staat centraal in de taal-communicatieve definitie van taal versus dialect?
Wederzijdse verstaanbaarheid
Dat criterium werkt alleen voor dialecten in aangrenzende gebieden die samen een continuüm vormen; hoe groter de afstand, hoe minder men elkaar verstaat.
Q 08Op hoeveel verschillende manieren kan de term 'dialect' minstens worden gebruikt?
Drie
De volksaardige betekenis, de subvariëteit en de niet-gestandaardiseerde variëteit zijn de gebruikswijzen die de taalkunde onderscheidt.
Q 09Welke twee talen verstaan elkaar goed, maar zal niemand als dialecten van één taal beschouwen?
Spaans en Portugees
Als voorbeelden van onderling goed verstaanbare varianten gelden ook Nedersaksisch en Nederlands, en Zeeuws en Nederlands.
Q 10Welk dialect is sinds de 17de eeuw bepalend geworden voor de Nederlandse standaardtaal?
Hollands
De aanpassing aan het prestigieuze dialect begon in de hogere strata van de dialectgemeenschap, en om te beginnen in de geschreven taal.
Q 11Op de taal van welk boek is het Standaardnederlands gebouwd?
Statenbijbel
Dat construct combineerde Nederfrankische elementen uit Holland en Brabant met enkele Nedersaksische elementen.
Q 12Bij welke beroepsgroep valt vooral de vervanging van Nederlandse woorden door Engelse op?
Managers
Sommige taalgebruikers zien de overgang op grootschaliger talen juist als een sociale en communicatieve winst.
Q 13Welke regelgeving kent aan talen een hogere wettelijke status toe dan aan dialecten?
Europese
Wezenlijk voor zo'n juridische status is een standaardnorm waaraan taalrechten gebonden kunnen worden, en die ontbreekt voor sommige dialectclusters nog.
Q 21Welke naam droegen volgens een schoolspraakkunst de talen van 'onbeschaafde Nederlanders'?
Tongvallen
Dezelfde schoolgrammatica stelde dat zulke talen zelden werden geschreven, en noemde het Nederlands in een deel van België veelal Vlaamsch.
Q 22Waarop richtte de dialectologie zich in het begin vrijwel uitsluitend?
Isoglossen
Later kwam de belangstelling voor de sociale factoren achter taalvormen, waardoor de dialectologie ook een sociale wetenschap werd.
Q 23Voor welke twee dialectclusters bestaat nog geen overkoepelende geschreven standaardnorm?
Nedersaksisch en Limburgs
Q 14Met welk van deze begrippen is 'dialect' helemaal niet verwant?
Jargon
Straattaal, argot en patois betreffen net als jargon stijlen of registers binnen dezelfde taal die niet of nauwelijks streekgebonden zijn.
Q 15Van welke oertaal is het Oergermaans op zijn beurt zelf weer een dialect?
Proto-Indo-Europees
Het Oergermaans omvat naast de westelijke tak ook het Noord-Germaans en het Oost-Germaans; geen van die takken is een standaardtaal.
Q 16Welke variëteiten in Nederland en Vlaanderen richten zich niet op het Standaardnederlands?
Friese en Franse
Die variëteiten richten zich op een andere standaardtaal; zo bepalen politieke en niet taalkundige factoren de dialectstatus.
Q 17Wat betekent het Griekse werkwoord dialegesthai, waarvan het woord dialect is afgeleid?
Converseren
In de volksaardige betekenis worden kleine, streekgebonden variëteiten vaak gezien als varianten van een nauw verwante standaardtaal.
Q 18Hoe heet de subdiscipline die dialecten vanuit een sociolinguïstische invalshoek bestudeert?
Sociodialectologie
Die sociale wending kwam pas later; aanvankelijk ging het vak vrijwel alleen over het afbakenen van gebieden met specifieke taalverschijnselen.
Q 19Welk dialect domineerde vóór de scheiding van de noordelijke en zuidelijke Nederlanden?
Antwerps
Vóór de 17de eeuw waren vooral zuidelijke dialecten bepalend voor de standaardtaal; de latere noordelijke invloed bouwde voort op die zuidelijke grondslagen.
Q 20In welke eeuw werden Europese standaardtalen zoals het Standaardzweeds vooral gevormd?
19e eeuw
Zulke kunstmatige variëteiten gelden vaak als norm voor een groot gebied, al leverden lang niet alle verwante variëteiten daarin elementen aan de standaard.
Beide clusters kennen een bijzonder grote variatie in gesproken regionale varianten, zonder een geschreven vorm die alle sprekers erkennen en kennen.
Q 24Hoe wordt het beeld van dialecten als vervormingen van de standaardtaal gekarakteriseerd?
Anachronistisch
Een standaardtaal kwam juist tot stand door systematisering en cultivering van een of enkele bestaande dialecten met de juiste maatschappelijke status.
Q 25Welke Duitse taalkundige ontwikkelde de dialectologie als aparte discipline?
Georg Wenker
De meest gebruikte methode in het vak is sindsdien het verzamelen en publiceren van plaatselijk materiaal in woordenboeken en grammatica's.
Q 26Van welk Gronings grensdorp heet het dialect 'Nederlands', en dat van buurdorp Bunde 'Duits'?
Bad Nieuweschans
Niet het dialect zelf maar de overkoepelende standaardtaal bepaalt hier de toerekening; aan beide zijden van de grens verdwijnt het dialect intussen.
Q 27Vanaf de Utrechtse Heuvelrug tot in welke streek zou het Nedersaksisch gesproken worden?
Pommeren
Die aanname over één grote, overal verstaanbare 'taal' berust volgens taalkundigen niet op een communicatiepraktijk.
Q 28Uit welk jaar dateert de 'Nederlandsche Spraakkunst' die dialecten als onbeschaafd afdeed?
1883
Die spraakkunst was bedoeld voor het middelbaar onderwijs en de opleiding van onderwijzers, en noemde de taal van 'beschaafde Nederlanders' de Nederlandsche taal.