Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
J.R.R. Tolkien (1892-1973) was filoloog en hoogleraar in Oxford, maar werd wereldberoemd als de schrijver van De Hobbit, In de ban van de ring en De Silmarillion: de vader van de moderne fantasy. Deze quiz volgt zijn leven van zijn geboorte in Zuid-Afrika, via de loopgraven van de Somme en de vriendschap met C.S. Lewis, tot zijn late roem en zijn graf in Oxford. Ook zijn werk komt aan bod: de kunsttalen, de inspiratiebronnen, de postume uitgaven door zijn zoon Christopher en de verfilmingen.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01In welke stad werd J.R.R. Tolkien op 3 januari 1892 geboren?
Bloemfontein
De stad lag in de toenmalige Oranje Vrijstaat; zijn vader leidde er een filiaal van een Britse bank.
Q 02Van wie stuurde Tolkien zijn jonge kinderen elk jaar brieven met tekeningen?
Kerstman
Elk jaar kwamen er personages bij, zoals de ijsbeer, de sneeuwman en Ilbereth de elf; de brieven werden in 1976 gebundeld.
Q 03Door welk dier werd Tolkien als kind in de tuin in Zuid-Afrika gebeten?
Baviaanspin
Naar eigen zeggen hield hij er geen herinnering of bijzondere haat tegen spinnen aan over, al keerde de gebeurtenis terug in zijn verhalen.
Q 04Tot welk geloof bekeerde Tolkiens moeder Mabel zich in 1900?
Katholicisme
Haar doopsgezinde familie protesteerde fel en zette de financiële steun stop; Tolkien zag haar later als een martelaar van haar geloof.
Q 05Hoeveel kinderen hadden J.R.R. en Edith Tolkien?
4
Drie zonen en een dochter: John, Michael, Christopher en Priscilla.
Q 06Waar werd Tolkien in maart 1972 zijn onderscheiding in de Orde van het Britse Rijk uitgereikt?
Buckingham Palace
Als schooljongen had hij daar al vlak bij de poort gestaan, in de erehaag bij de kroning van George V.
Q 07Welke naam uit Tolkiens verhalen was oorspronkelijk die van de boerderij van zijn tante?
Bag End
Ook dorpjes in Worcestershire als Bromsgrove en Alcester klinken door in zijn werk.
Q 08Tot welke leeftijd verbood zijn voogd Tolkien elk contact met Edith?
21
Vlak voor die verjaardag schreef hij haar een brief met een huwelijksaanzoek; ze bleek inmiddels met een ander verloofd.
Q 09Welke door luizen overgedragen ziekte kreeg Tolkien in oktober 1916 aan het front?
Loopgravenkoorts
Hij keerde op 8 november 1916 als oorlogsinvalide terug naar Engeland; veel van zijn beste vrienden sneuvelden.
Q 10Welke naam werd op de grafsteen gegraveerd toen Tolkien in 1973 bij Edith werd bijgezet?
Beren
Hij overleed op 2 september 1973, 21 maanden na Edith, en werd bijgezet op het kerkhof van Wolvercote in Oxford.
Q 11Welke kunsttaal leerde Tolkien als jonge man via de scouts en het Officers' Training Corps?
Esperanto
Al op zijn zeventiende, in 1909, maakte hij aantekeningen in die taal in 'Het Boek van de Foxrook'.
Q 12Naar welk land ging Tolkien in de zomer van 1911 op vakantie?
Zwitserland
Bilbo's tocht door de Nevelbergen is rechtstreeks afgeleid van die wandeling van Interlaken naar Lauterbrunnen.
Q 13Welke ontmoeting uit Tolkiens werk werd geïnspireerd door Ediths dans in een bos bij Roos?
Beren en Lúthien
Edith danste er voor hem op een open plek tussen de bloeiende dolle kervel; hij noemde haar vaak 'mijn Lúthien'.
Q 21Bij welk regiment werd Tolkien tweede luitenant in de Eerste Wereldoorlog?
Lancashire Fusiliers
Na elf maanden opleiding in Cannock Chase kwam hij op 4 juni 1916 in Frankrijk aan.
Q 22Welke dichter was een van de eerste en belangrijkste critici die In de ban van de ring prezen?
W.H. Auden
Hij had als student les gehad van Tolkien en werd zelfs bespot om zijn lovende kritieken.
Q 23Aan welk Oxford-college was Tolkien van 1945 tot 1959 hoogleraar Engelse taal en literatuur?
Merton College
Daarvoor was hij van 1925 tot 1945 al hoogleraar Angelsaksische taal aan dezelfde universiteit.
Q 14Over welk gedicht ging Tolkiens verhandeling The Monsters and the Critics uit 1936?
Beowulf
Hij betoogde dat de monsters noodzakelijk zijn voor het gedicht, dat over het menselijk lot gaat en niet alleen over stammenoorlogen.
Q 15Naar welke plaats aan de Engelse zuidkust verhuisde Tolkien met Edith om fans te ontlopen?
Bournemouth
Door de toenemende aandacht had hij eerder al een geheim telefoonnummer moeten aanvragen.
Q 16Welke term gebruikte Tolkien tussen 1951 en 1955 voor het merendeel van zijn werken?
Legendarium
Het geheel omvat verhalen, gedichten, fictieve geschiedenissen en verzonnen talen over de wereld Arda en het continent Midden-aarde.
Q 17Wat gooiden Tolkien en Edith vanaf het balkon van een tearoom in de hoeden van voorbijgangers?
Suikerklontjes
Was het potje leeg, dan verhuisden ze gewoon naar het volgende tafeltje; in de zomer van 1909 wisten ze dat ze verliefd waren.
Q 18Aan welke universiteit werd Tolkien in 1920 lector in de Engelse taal?
Leeds
Vier jaar later werd hij er hoogleraar, en samen met E. V. Gordon gaf hij er Heer Gawein en de Groene Ridder uit.
Q 19Wat betekent het Duitse woord tollkühn, waarvan de naam Tolkien is afgeleid?
Roekeloos
De Engelse familienaam is een verbastering van Tollkiehn; verwanten met die naam wonen vooral in Nedersaksen en Hamburg.
Q 20Waar staan de initialen T.C.B.S. voor, het genootschap dat Tolkien op school oprichtte?
Tea Club and Barrovian Society
De naam verwees naar het theedrinken in de Barrow's Stores vlak bij hun school, en stiekem in de schoolbibliotheek.
Q 24Uit welk Duits gebied emigreerde de familie Tolkien in de 18e eeuw naar Engeland?
Saksen
Volgens de familieoverlevering kwamen ze in 1756 aan, op de vlucht voor de invasie van Frederik de Grote tijdens de Zevenjarige Oorlog.
Q 25Naar welk dorp in Worcestershire verhuisde de familie Tolkien in 1896?
Sarehole
De molen van het dorp en het natuurgebied Moseley Bog werden later een bron van inspiratie voor zijn boeken.
Q 26Aan welk college van de Universiteit van Oxford begon Tolkien in 1911 te studeren?
Exeter College
Hij begon met klassieke talen, stapte over op Engels en studeerde in 1915 af.
Q 27In welk jaar voltooide Tolkien In de ban van de ring?
1948
Hij had er toen bijna tien jaar aan gewerkt; de driedelige roman verscheen pas in 1954 en 1955.
Q 28In welk jaar wees de Nobelprijsjury Tolkien af vanwege zijn 'magere proza'?
1961
Dat bleek pas in 2012, toen de archieven van de Nobelprijs werden geopend; ook zijn 'middelmatige vertelkunst' werd genoemd.
Q 29Met welke beginletter hield Tolkien zich bezig bij de Oxford English Dictionary?
W
Hij onderzocht er vooral de geschiedenis en etymologie van woorden van Duitse oorsprong.
Q 30Welke medewerker van Allen & Unwin haalde Tolkien in 1936 over om De Hobbit te laten uitgeven?
Susan Dagnall
Het boek was jaren eerder voor zijn kinderen geschreven; het succes leidde tot het verzoek om een vervolg.