Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Filosofie, of wijsbegeerte, is letterlijk de liefde voor wijsheid: de oudste discipline waarin de mens zijn streven naar kennis uitdrukt. Maar hoe goed ken jij de takken, stromingen en denkers van dit vakgebied? Deze quiz gaat over de grote deelgebieden van de filosofie, van epistemologie en ethiek tot logica en metafysica, en over de filosofen die de methode van het vak probeerden te definiëren. Ook de oosterse en Afrikaanse tradities komen aan bod, net als het beroemde gedachte-experiment van het Schip van Theseus.
Alle 28 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Wat betekende het Oudgriekse woord philosophía oorspronkelijk?
liefde voor wijsheid
Het woord is een samenstelling van de Griekse woorden voor liefde (philía) en wijsheid (sophía).
Q 02Welke tak van de filosofie bestudeert wat kennis is en hoe men deze kan verwerven?
epistemologie
Binnen deze tak worden al eeuwen problemen besproken als de subjectiviteit van waarneming en de grenzen van het menselijke kenvermogen.
Q 03Wie stelt in de dialogen van Plato de filosofen tegenover de sofisten?
Socrates
Hij verwijt de sofisten dat ze hun onwetendheid camoufleren achter woordspelingen en vleierij.
Q 04Welke tak van de filosofie onderscheidt goede argumenten van drogredenen?
logica
Deze discipline wordt behalve tot de filosofie ook tot de wiskunde gerekend en bewijst stellingen met behulp van symbolen.
Q 05Welke Duitse filosoof schreef de Kritik der reinen Vernunft?
Immanuel Kant
Hij ging uit van vier kernvragen: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? Wat is de mens?
Q 06Welke filosoof noemde filosoferen de verhevenste, goddelijkste menselijke bezigheid?
Aristoteles
In zijn 'Uitnodiging tot de filosofie' schrijft hij dat alle andere activiteiten slechts prullen zijn in verhouding tot het filosoferen.
Q 07Van welke stroming waren Descartes en Leibniz belangrijke vertegenwoordigers?
rationalisme
Deze stroming staat tegenover het empirisme, net als het innatisme, dat vrijwel alle menselijke kennis als aangeboren beschouwt.
Q 08Welke stroming stelt dat alles wat het bewustzijn waarneemt slechts voorstellingen zijn?
idealisme
De tegenovergestelde hoofdstroming, het kennistheoretisch realisme, stelt dat het bewustzijn de dingen waarneemt zoals ze zijn.
Q 09Welke tak van de filosofie buigt zich over vragen als 'Wat is de mens?' en 'Wat is cultuur?'
wijsgerige antropologie
Onderwerpen binnen dit terrein zijn lichaam en geest, het bestaan van een ziel en de vraag wanneer er sprake is van een zelf.
Q 10Hoe heet de interpretatiekunde van filosofische teksten?
hermeneutiek
Een filosofische tekst staat nooit los van een context; daarom probeert men hem in zijn oorspronkelijke of huidige context te begrijpen.
Q 11Hoe noemde Plato de geheel eigen methodologie van de filosofie?
dialectiek
Veel later gebruikte ook Hegel die naam voor zijn methode, zij het met een geheel eigen invulling.
Q 12Wie stelde dat waarnemingsconclusies alleen door tegenvoorbeelden verworpen kunnen worden?
Karl Popper
Dit principe heet falsifieerbaarheid; wetenschappelijke kennis kan volgens hem nooit definitief worden vastgesteld.
Q 13Welk woord voor leraren in de retorica werd vervangen door het woord filosoof?
sofist
De term verwijst nog steeds naar de beoefenaar van lege redenaarskunst, zonder interesse in wijsheid of waarheid.
Q 21Van welke groep komt het logisch positivisme, dat ware kennis alleen uit waarnemingen haalt?
Wiener Kreis
Volgens deze stroming is alle a priori analytische kennis slechts een afgeleide of moet ze zelfs helemaal worden verworpen.
Q 22Welke tak van de filosofie betreft de waarden en waardeoordelen?
axiologie
Zowel de moraalleer als de leer van de schoonheid vallen onder dit overkoepelende deelgebied.
Q 23Met wiens geschiedfilosofie beleefde de speculatieve geschiedfilosofie een hoogtepunt?
Hegel
De speculatieve variant zoekt in het verleden naar een mogelijke zin en richting van de geschiedenis.
Q 14Welke tak van de metafysica wordt letterlijk 'zijnsleer' genoemd?
ontologie
Deze tak beschrijft de eigenschappen van alle 'entiteiten' en staat in nauwe wisselwerking met de fenomenologie en de epistemologie.
Q 15Aan welke Griekse denker werd de introductie van de term filosofie toegeschreven?
Pythagoras
De toeschrijving berust waarschijnlijk op een verloren werk van Herakleides Pontikos en geldt als een van de vele pythagorische legenden.
Q 16Welke filosoof zocht de basis van de filosofie in de fenomenologie?
Edmund Husserl
De ontologie, de leer van het zijn, staat in nauwe wisselwerking met deze door hem gegrondveste benadering.
Q 17Welke filosoof stelde dat hele paradigma's door wetenschappelijke revoluties worden vervangen?
Thomas Kuhn
Een paradigma kan in sommige contexten niet meer voldoen; dan maakt het begrippenkader plaats voor een nieuw.
Q 18Van welke tak van de filosofie is de rechtsfilosofie een onderdeel?
ethiek
De rechtsfilosofie vraagt bijvoorbeeld tot welke grens de overheid zich met het leven van burgers mag bemoeien.
Q 19Welke term uit het Oudgrieks betekent waarneming en staat voor de leer van de schoonheid?
esthetica
Na Kant specialiseerde deze tak zich steeds meer in kunst en werd ze een synoniem voor kunstfilosofie.
Q 20Hoe heet de studie van de opvattingen, visies en theorieën van andere filosofen?
metafilosofie
Een filosoof neemt daarbij sommige ideeën van andere tradities over of corrigeert ze, en wijst andere af.
Q 24Welke filosoof zag de intuïtie als de voornaamste filosofische methode?
Henri Bergson
Moritz Schlick zag de filosofische methode daarentegen als verheldering, en David Hume zocht de basis in empirisch onderzoek.
Q 25Wie noemde filosofie een collectieve benaming voor nog niet bevredigend beantwoorde vragen?
William James
Hij suggereerde daarmee dat de filosofie geen aparte discipline vormde, maar volledig in andere wetenschappen kon opgaan.
Q 26Volgens welke filosoof is het werkgebied van de filosofie beperkt tot het beschrijven van taal?
Rudolf Carnap
Deze opvatting heerste in de twintigste eeuw ook in het Verenigd Koninkrijk.
Q 27In welk jaar duikt de Nederlandse leenvertaling wijsbegeerte voor het eerst op?
1661
In weerwil van de overlevering is het woord dus niet afkomstig van Simon Stevin.
Q 28Wie maakte de term metafysica bekend door een aantal geschriften 'na de fysica' te plaatsen?
Andronicus van Rhodos
Hij ordende en publiceerde de geschriften van Aristoteles, waarvan de inhoud zeer divers was.