Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
De microscoop opende een wereld die voor het blote oog verborgen bleef. Nederlandse pioniers als Sacharias Jansen en Antoni van Leeuwenhoek stonden aan de wieg ervan, en met de elektronenmicroscoop werden zelfs atomen zichtbaar. Deze quiz behandelt de geschiedenis van het instrument, de onderdelen van een gewone microscoop, de verschillende typen en de techniek achter elektronenmicroscopie. Test je kennis van objectieven, oculairs, vergrotingen en de mensen die ze mogelijk maakten.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Aan welk onderdeel draait men om bij een microscoop van objectief te wisselen?
Revolverkop
De meeste microscopen hebben 3 tot 5 objectieven, die 4 tot 100 keer vergroten.
Q 02Naar welk genootschap in Londen stuurde Antoni van Leeuwenhoek zijn tekeningen?
Royal Society
Zijn tekeningen van wat hij door zijn lensjes zag, zorgden daar voor heel wat consternatie.
Q 03Waarmee wordt bij een microscoop de hoeveelheid licht geregeld?
Diafragma
Meestal zitten er ook filterhouders bij om met gekleurd licht of polarisatiefilters te kunnen werken.
Q 04Hoeveel lenzen had de microscoop van Antoni van Leeuwenhoek?
Eén
Zijn instrument was in feite een speciaal vergrootglas: een zeer klein lensje in een houder die vlak bij het oog werd gehouden.
Q 05Wat betekent skopein, het Griekse werkwoord waarvan het woord microscoop is afgeleid?
Nauwkeurig bekijken
Het eerste deel van het woord komt van mikros, Grieks voor 'klein'.
Q 06In welk soort teksten wordt 'het microscoop' in plaats van 'de microscoop' wel gebruikt?
Technische teksten
Volgens de ANS zijn beide lidwoorden correct Nederlands; in de standaardtaal is het 'de microscoop'.
Q 07Met welk onderdeel wordt het preparaat onder een microscoop in X- en Y-richting verschoven?
Kruistafel
De verschoven afstanden zijn af te lezen van een schaalverdeling met nonius.
Q 08Naar welke natuurkundige is de constante h in de formule λ = h/(mv) vernoemd?
Planck
De formule geeft de golflengte van een bewegend deeltje en vormt de basis van elektronenmicroscopie met materiegolven.
Q 09Welk onderdeel van een microscoop concentreert het licht van de lichtbron en straalt het omhoog?
Condensor
Bij een externe lichtbron wordt het licht via een verstelbaar spiegeltje naar het objectief weerkaatst.
Q 10Welke elektronen detecteert een scanning-elektronenmicroscoop (SEM) om het oppervlak af te beelden?
Teruggekaatste
Daardoor toont een SEM het oppervlak van een preparaat, niet het binnenste.
Q 11Wie bouwde omstreeks 1595 waarschijnlijk de eerste samengestelde microscoop?
Sacharias Jansen
Mogelijk was het zijn vader Hans; geen enkel exemplaar van hun microscopen is bewaard gebleven.
Q 12Wat brengt een transmissie-elektronenmicroscoop (TEM) van een ultradun preparaat in beeld?
Interne structuur
De elektronenbundel gaat daarbij dwars door het preparaat heen.
Q 13Welke techniek voorkomt bij zeer sterke vergrotingen lucht-glasovergangen tussen lens en preparaat?
Olie-immersie
Zulke overgangen in lichtbreking verminderen de maximaal haalbare nuttige vergroting.
Q 21Welke vorm van elektronenmicroscopie wordt vooral gebruikt om biologische moleculen te ontrafelen?
Cryo-EM
Elektronenmicroscopie is onmisbaar in de celbiologie, virologie, materiaalkunde, nanotechnologie en het halfgeleideronderzoek.
Q 22Op welk beginsel berust de nieuwe familie van microscopen die sinds de jaren 1990 bestaat?
Aftasting
Voorbeelden zijn scanning tunneling microscopy en atoomkrachtmicroscopie.
Q 23Welke uitvinder beschreef later de samengestelde microscoop van de familie Jansen?
Cornelis Drebbel
Het ging om een koker van 5 centimeter middellijn, opgebouwd uit drie beweegbare delen met twee lenzen.
Q 14Met welk apparaat wordt weefsel in flinterdunne plakjes gesneden voor een microscopisch preparaat?
Microtoom
Het weefsel moet daarvoor eerst gefixeerd, ontwaterd, met paraffine doordrenkt en ingebed worden.
Q 15Hoe kleine details kan een elektronenmicroscoop onder gunstige omstandigheden onderscheiden?
0,1 nanometer
Versnelde elektronen hebben een veel kleinere golflengte dan zichtbaar licht, waardoor structuren op moleculaire schaal zichtbaar worden.
Q 16Waar ligt de vergrotingsgrens voor optische microscopen ongeveer?
2000×
Sterker vergroten kan wel, maar levert geen extra details op: kleinere structuren dan de golflengte van licht blijven onzichtbaar.
Q 17Welke vergroting behaalde Antoni van Leeuwenhoek met zijn zelfgeslepen lensjes?
275 maal
De beste andere microscopen uit zijn tijd kwamen niet verder dan 30 maal.
Q 18Waarmee worden cellen voor fluorescentiemicroscopie meestal gelabeld?
Antistoffen
Ze richten zich op een molecuul waarin men geïnteresseerd is, zoals een eiwit of DNA; daarna wordt met een kwiklamp of laser een foto gemaakt.
Q 19Welke voorziening beschermt goede objectieflenzen als ze tegen het preparaat worden gedraaid?
Veerinrichting
Bij sterke vergroting staat de lens zo dicht op het preparaat dat men er gemakkelijk doorheen draait.
Q 20Hoe heten objectieven die na het wisselen meteen scherp blijven?
Parfocaal
Bij goede microscopen hoeft men na een objectiefwissel dus niet opnieuw scherp te stellen.
Q 24Met welke elektrotechnicus bouwde Ernst Ruska in 1931 de eerste elektronenmicroscoop?
Max Knoll
Ruska besefte dat elektronen zich net als licht als golven gedragen en in hoogvacuüm versneld kunnen worden om objecten af te beelden.
Q 25Hoeveel jaar weigerde Antoni van Leeuwenhoek zijn techniek voor microscopen te delen?
50 jaar
Dat was tot groot ongenoegen van Engelse wetenschappers, die zijn ontdekkingen graag wilden natrekken.
Q 26Aan de eigenschappen van welke materialen danken aftastmicroscopen hun bestaan?
Piëzo-elektrische
Deze materialen vervormen op voorspelbare wijze onder elektrische spanning, wat uiterst kleine bewegingen mogelijk maakt.
Q 27Hoe lang was de Jansen-microscoop in volledig uitgetrokken toestand?
45 centimeter
Door de koker uit te schuiven veranderde de vergroting: in de kortste stand vergrootte het apparaat maar drie keer.
Q 28Hoeveel keer vergrootte de Jansen-microscoop in volledig uitgetrokken stand?
9×
Latere verbeteringen kwamen onder anderen van Christiaan Huygens en Jan Swammerdam.
Q 29Hoe heet de wiskunde van doorsneden die bij microscopische beeldanalyse wordt gebruikt?
Stereologie
Een microscoopbeeld is meestal een tweedimensionale doorsnede van een driedimensionaal voorwerp.
Q 30Welke resolutie haalt confocale microscopie ongeveer?
250 nm
Superresolutiemicroscopie doet het beter, met 20 tot 100 nm afhankelijk van de gebruikte techniek.