Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Adrenaline is het hormoon dat vrijkomt zodra het lichaam gevaar ruikt. Het hart gaat sneller, de ademhaling versnelt en er komt in één klap energie vrij. Deze quiz gaat over wat adrenaline in het lichaam doet, waar het wordt aangemaakt en hoe artsen het als geneesmiddel gebruiken, bijvoorbeeld bij een ernstige allergische reactie. Ook de naam zelf, de biochemie en de adrenalinepen komen voorbij.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Hoe heet de overlevingsreactie die het snel vrijkomen van adrenaline mogelijk maakt?
Vecht-of-vluchtreactie
Wie kan kiezen tussen de strijd aangaan en wegrennen, heeft een grotere kans om een bedreiging door te komen.
Q 02Welk effect heeft adrenaline op de pupillen?
Vergroting
Het zicht wordt er beter van, zodat gevaar eerder wordt opgemerkt.
Q 03In welke omstandigheden komt adrenaline in grote hoeveelheden vrij?
Bij dreiging voor de overleving
Zulke situaties veroorzaken stress en gaan vaak samen met angst en woede.
Q 04Met welke merknaam wordt de adrenaline-autoinjector vaak aangeduid?
EpiPen
Het hulpmiddel is bedoeld als eerste hulp bij acute allergische verschijnselen.
Q 05Met welke term wordt adrenaline in het Engels vaak aangeduid?
Epinephrine
Buiten de geneeskunde is in het dagelijks spraakgebruik alleen het woord adrenaline bekend.
Q 06Welke rol vervult adrenaline in het lichaam naast die van hormoon?
Neurotransmitter
De naam komt uit het Latijn: ad betekent bij en ren betekent nier, samen dus bijnier.
Q 07In de vorm van welke stof maakt adrenaline energie vrij voor een noodsituatie?
Glucose
Tegelijk wordt de opslag van energie geremd, zodat alles beschikbaar blijft voor actie.
Q 08Naar welke organen stroomt bij levensgevaar minder bloed onder invloed van adrenaline?
Darmen
De spijsvertering heeft bij acuut gevaar geen prioriteit.
Q 09Welk mentaal vermogen verbetert tijdelijk wanneer er adrenaline vrijkomt?
Geheugen
De bedreigende situatie wordt beter opgeslagen, zodat die voortaan sneller wordt herkend.
Q 10Waar in het lichaam wordt adrenaline behalve in sommige zenuwcellen aangemaakt?
Bijniermerg
Chemisch gezien behoort de stof tot de catecholaminen.
Q 11Welk effect van adrenaline verkleint bij verwondingen de kans om dood te bloeden?
Verkorte bloedstollingstijd
Bloed dat sneller stolt, sluit een wond eerder af.
Q 12Hoe lijken gebeurtenissen te verlopen wanneer adrenaline het tijdsgevoel beïnvloedt?
Trager
Daardoor lijkt iemand meer tijd te hebben om te reageren.
Q 13Aan welke middelen wordt sterk verdunde adrenaline toegevoegd?
Lokale anesthetica
De vaatvernauwing maakt de ingreep minder bloedig en houdt de verdoving langer in het weefsel.
Q 21Bij welke toedieningswijze van adrenaline kunnen ernstige hartritmestoornissen optreden?
Intraveneus
Meestal wordt het middel daarom in een spier of onder de huid gespoten.
Q 22Op de naam van welke stof lijkt „epinefrine” volgens vroege bezwaren te veel?
Efedrine
Dat is een alkaloïde met min of meer dezelfde werking, die nog maar weinig wordt gebruikt.
Q 23Welke aandoening is een voorbeeld waarbij adrenaline in te grote hoeveelheden vrijkomt?
Feochromocytoom
Ook wanneer adrenaline te langdurig vrijkomt, is het schadelijk voor het lichaam.
Q 14Bij welke aandoeningen worden adrenerge antagonisten in de geneeskunde toegepast?
Hart- en vaatziekten
Voorbeelden van zulke middelen zijn de alfa- en bètablokkers.
Q 15Welk naslagwerk schrijft voor dat „adrenaline” wordt afgebroken als adre-na-li-ne?
Groene Boekje
De eerste lettergreep staat niet apart, omdat afbreken na één enkele letter als onwenselijk geldt.
Q 16Welke aanval kan adrenaline uitlokken bij paniek zonder uitwendige oorzaak?
Hyperventilatie
Adrenaline versnelt van zichzelf al de ademhaling en de hartslag.
Q 17Waardoor stijgt de bloeddruk wanneer er adrenaline vrijkomt?
Perifere vaatvernauwing
Tegelijk versnellen hartslag en ademhaling, zodat bloed en zuurstof sneller worden aangevoerd.
Q 18Op welke twee typen adrenerge receptoren werkt adrenaline in?
α en β
Als geneesmiddel wordt adrenaline onder meer ingezet bij reanimatie na een hartstilstand.
Q 19De afgifte van welk hormoon door de pancreas wordt door adrenaline geremd?
Insuline
Dat gebeurt doordat adrenaline zich bindt aan alfa-adrenerge receptoren.
Q 20In welk orgaan stimuleert adrenaline de gluconeogenese?
Lever
Daardoor stijgt het suikergehalte in het bloed.
Q 24De inbouw van welke bouwstenen in eiwitten wordt door adrenaline geremd?
Aminozuren
In dezelfde stressreactie neemt de lipolyse in het vetweefsel juist toe.
Q 25Welk orgaan scheidt de hormonen ACTH en TSH af?
Adenohypofyse
Ook de gonadotrope hormonen worden hier afgescheiden.
Q 26Welke afkorting heeft het internationale systeem voor stofnamen van geneesmiddelen?
INN
In dat systeem is voor adrenaline de stofnaam epinefrine vastgelegd.
Q 27Welke tussenstof wordt bij de biosynthese van adrenaline gedecarboxyleerd?
L-DOPA
Eerder in dezelfde keten wordt L-tyrosine gehydroxyleerd.
Q 28Welk enzym wordt onder invloed van adrenaline geïnactiveerd?
Glycogeensynthase
Op die manier wordt de glycogeensynthese stopgezet.
Q 29Welke bewerking maakt van L-noradrenaline uiteindelijk adrenaline?
Methylering
Het is de laatste stap van een keten die begint bij L-fenylalanine.
Q 30Welke boodschapperstof activeert het lipase dat voor lipolyse in vetweefsel zorgt?
cAMP
Naast adrenaline verhoogt ook noradrenaline deze afbraak van vet.