Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Ecologie bestudeert hoe organismen met elkaar en met hun omgeving samenhangen: van de niche van één soort tot mondiale kringlopen van stof en energie. Deze quiz neemt je mee langs de grondleggers van het vak, van Ernst Haeckel tot Arthur Tansley, en langs begrippen als biotoop, ecotoop, successie en climax. Ook de stikstofkringloop komt aan bod: wie legt stikstof vast, welke bacteriën zetten ammonium om en waarom is te veel stikstof een probleem voor de natuur?
Alle 22 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Van welke wetenschap is ecologie een deelgebied?
Biologie
Het vak onderzoekt onder meer waar organismen voorkomen, waardoor hun verspreiding wordt bepaald en hoe zij deel uitmaken van ecosystemen.
Q 02Welke van deze omgevingsfactoren is abiotisch?
Licht
Tot de niet-levende natuur rekent men ook de temperatuur, het zoutgehalte en de aanwezigheid van voedingsstoffen.
Q 03Hoe heet een soort die zich snel vermeerdert waar ze door barrières eerder niet kon komen?
Invasieve soort
Vaak is de mens de oorzaak, door uitzetting of door onopzettelijke verplaatsing van organismen.
Q 04Welke omgevingsfactor geldt in de ecologie als biotisch?
Predatie
Biotische en abiotische factoren bepalen samen welke soorten zich in een bepaald gebied kunnen handhaven.
Q 05Wiens evolutietheorie gaf de jonge ecologie in de negentiende eeuw een sterke impuls?
Charles Darwin
Sindsdien groeide het vakgebied uit tot een brede discipline die veldonderzoek, wiskundige modellering en moleculaire technieken combineert.
Q 06Hoe heet de ontwikkeling van plantengemeenschappen naar een stabiele eindsituatie?
Successie
De abiotische dynamiek van een gebied speelt daarbij een belangrijke rol; gebieden die de zee regelmatig overstroomt, komen nooit tot rust.
Q 07Hoe worden de trofische niveaus in een ecosysteem ook wel genoemd?
Voedselniveaus
Planten, herbivore dieren, carnivoren en micro-organismen vormen elk zo'n niveau in de energiestroom van een ecosysteem.
Q 08Welk volk uit de oudheid hield zich al bezig met biogeografische onderwerpen?
Grieken
Pas medio negentiende eeuw pakte een moderne wetenschapper dit onderzoek voor het eerst systematisch op.
Q 09Hoe heet de min of meer stabiele eindsituatie waarnaar plantengemeenschappen zich ontwikkelen?
Climax
In zo'n stabiele gemeenschap is vaak geen dominante soort aan te wijzen, omdat veel soorten in kleinere aantallen voorkomen.
Q 10Hoe heten de grote biogeografische regio's waarin de wereld wordt ingedeeld?
Biomen
Elke regio wordt gekenmerkt door eigen plantenformaties en de dieren die daarvan afhankelijk zijn.
Q 11Uit welke taal stamt de term ecologie oorspronkelijk?
Duits
Het Engelse ecological wordt tegenwoordig geregeld in een bredere milieu- en duurzaamheidscontext gebruikt.
Q 12Hoe heet de tussenvorm tussen natuurlandschap en cultuurlandschap?
Halfnatuurlijk landschap
Hoe sterker de mens ingrijpt, hoe minder natuurlijk zowel de afzonderlijke landschapselementen als het landschap als geheel worden.
Q 13Tot welk type landschapselement behoort een houtwal?
Lijnvormig
De mate waarin de mens zo'n element beïnvloedt, bepaalt hoe natuurlijk het is en hoe natuurlijk het landschap eromheen is.
Q 21Welke Rus werkte in zijn boek ‘The Biosphere’ de principes van alle biochemische kringlopen uit?
Vladimir Vernadski
In datzelfde boek herdefinieerde hij de biosfeer als de som van alle ecosystemen.
Q 22Wie stelde voor om de term biocenose te gebruiken voor samenlevende planten en dieren?
Karl Möbius
In het Nederlands spreekt men van een levensgemeenschap: planten en dieren die met elkaar samenleven.
Q 14Wat betekent het Oudgriekse oikos, waarvan het woord ecologie is afgeleid?
Huishouden
Het tweede bestanddeel, logos, staat voor leer of studie.
Q 15Met welk ander vakgebied deelt ecologie zijn etymologische oorsprong?
Economie
Dat vak verwees oorspronkelijk naar het beheer van een huishouden, precies de betekenis van het Griekse oikos.
Q 16Welke vogel geldt buiten zijn oorspronkelijke leefgebied als cultuurvolger en exoot?
Huismus
Exoten duiken vaak op in milieus die de mens zelf heeft geschapen, zoals het warme water bij elektriciteitscentrales.
Q 17Hoe heet het kleinste, ecologisch nog onderscheidbare gebied in een landschapsclassificatie?
Ecotoop
Zo'n gebiedseenheid is relatief homogeen en dient om structuur, functie en verandering van een gebied te meten en vast te leggen.
Q 18Wie deed medio negentiende eeuw als eerste systematisch biogeografisch onderzoek?
Alexander von Humboldt
De biogeografie verklaart in welke gebieden op aarde welke soorten en levensgemeenschappen voorkomen.
Q 19Wie introduceerde het begrip ecosysteem?
Arthur Tansley
Hij gebruikte het begrip voor de biocenose, de levensgemeenschap van organismen.
Q 20Wie beschreef in de 19e eeuw de stikstofkringloop in de natuur?
Antoine Lavoisier
Later volgden beschrijvingen van andere kringlopen, zoals die van koolstof, die zich in gescheiden compartimenten als atmosfeer en hydrosfeer afspelen.