Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Astronomie, of sterrenkunde, bestudeert alles buiten de atmosfeer van de Aarde: sterren, planeten, kometen, nevels en zwarte gaten. Het is een van de oudste wetenschappen en tegelijk een vak waarin amateurs nog altijd ontdekkingen doen. Deze quiz volgt de geschiedenis van Copernicus, Kepler en Newton tot de Oortwolk en de eerste exoplaneet, en zoomt daarna in op Uranus: de ijsreus die op zijn kant ligt. Van makkelijke instappers tot vragen voor echte sterrenkijkers.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Waarnaar wordt in het SETI-Project gezocht?
Signalen van buitenaardse intelligentie
De röntgen- en gamma-astronomie, vooral met satellieten, leidde intussen tot vele nieuwe inzichten over het heelal.
Q 02Wiens inzicht in zwaartekracht en hemelse dynamica verklaarde de planeetbewegingen volledig?
Isaac Newton
Later bewees de spectroscopie dat sterren gelijksoortige objecten zijn als de Zon, met een grote variëteit aan temperaturen en massa's.
Q 03Uit hoeveel sterrenbeelden bestaat de dierenriem zoals de oude Grieken die definieerden?
12
Door die band bewegen zon, maan en planeten; de vroegste astronomie beperkte zich tot wat met het blote oog zichtbaar is.
Q 04Waarvan is Ouranos, de naamgever van Uranus, in de Griekse mythologie de personificatie?
Hemel
Uranus draagt die naam in gelatiniseerde vorm en is de op twee na grootste planeet van het zonnestelsel.
Q 05In welk Chileens gebergte staan bekende observatoria voor infraroodwaarnemingen?
Andes
Ook Hawaï en de Canarische Eilanden zijn bekende hoge locaties; vroeger hingen instrumenten vaak aan ballonnen op grote hoogte.
Q 06Op wiens naam staat de officiële ontdekking van de planeet Uranus op 13 maart 1781?
William Herschel
Het was de eerste planeet die sinds de uitvinding van de telescoop werd ontdekt; in de oudheid was hij onbekend.
Q 07Wie beschreef als eerste op een correcte manier de bewegingen van de planeten rond de Zon?
Johannes Kepler
Hij leidde zijn wetten af uit waarnemingen, maar had geen inzicht in de achterliggende oorzaak ervan.
Q 08Uit welke theorie volgt de mogelijkheid dat zwarte gaten bestaan?
Algemene relativiteitstheorie
Zwarte gaten zijn inmiddels ook direct waargenomen; in de toekomst kunnen ook zwaartekrachtgolven informatie over kosmische gebeurtenissen opleveren.
Q 09Wat betekent 'nómos' in het Griekse woord waarvan 'astronomie' is afgeleid?
wet
Ástron betekent ster of sterrenbeeld; samen gaat het om het toekennen van wetmatigheden aan sterren.
Q 10In welk jaar stelde Copernicus zijn heliocentrische model van het zonnestelsel op?
1543
De uitvinding van de telescoop aan het eind van de 16e eeuw maakte het daarna mogelijk de ruimte diepgaander te bestuderen.
Q 11In welke eeuw werd pas bewezen dat de Melkweg uit een aparte groep sterren bestaat?
20e eeuw
In diezelfde periode werden ook andere sterrenstelsels, nevels en gaswolken ontdekt.
Q 12Welke stof absorbeert infrarood licht zo sterk dat infraroodtelescopen op bergen staan?
Waterdamp
Een ruimtetelescoop heeft nog grotere voordelen, omdat daarmee nog meer ruis vanuit de atmosfeer kan worden geëlimineerd.
Q 13Welke Vlaamse wetenschapper introduceerde rond 1600 het woord 'sterrenkunde'?
Simon Stevin
Het woord astronomie zelf komt uit het Grieks: ástron betekent ster of sterrenbeeld en nómos betekent wet.
Q 21Welke radiotelescoop, de grootste ter wereld, wordt gebouwd door het Nederlandse ASTRON?
LOFAR
De ontvangers van radiotelescopen lijken op de ontvangers voor normale radio-ontvangst.
Q 22In hoeveel tijd draait Uranus één keer om zijn as?
17 uur en 14 minuten
De bovenste atmosfeerlagen voltooien door zeer krachtige winden een rotatie in ongeveer 14 uur.
Q 23Welk concilie uit 325 koppelde de paasdatum aan de eerste zondag na de paasvollemaan?
Nicea
Die afhankelijkheid van de zon en de maanstand stimuleerde in de middeleeuwen de computus paschalis en daarmee de astronomie in Europa.
Q 14Welk effect veroorzaakt de roodverschuiving waaruit de uitdijing van het heelal bleek?
Dopplereffect
Hieruit blijkt dat de meeste andere sterrenstelsels van ons af bewegen.
Q 15In welk jaar werd Neptunus ontdekt, nabij de plaats berekend uit baanafwijkingen van Uranus?
1846
Latere afwijkingen van de voorspelde baan van Uranus werden gezien als aanwijzing voor een onontdekte planeet die ze veroorzaakte.
Q 16Welke astronomen uit de oudheid legden met hun hemelduidingen de basis van de astrologie?
Babylonische
Men kon in die tijd al zons- en maansverduisteringen voorspellen; ook het verschijnen van kometen sprak sterk tot de verbeelding.
Q 17Welke Nederlandse astronoom stelde in 1950 een reservoir van miljarden komeetlichamen voor?
Jan Hendrik Oort
Dit reservoir strekt zich uit tot wel één à twee lichtjaar rond het zonnestelsel en verklaart kometen met hyperbolische banen.
Q 18Welke straling wordt samen met de wet van Hubble als bewijs voor de oerknal aangevoerd?
Kosmische microgolfachtergrondstraling
Ook het relatieve voorkomen van de verschillende elementen in het heelal ondersteunt dit model, dat de kosmologie in de 20e eeuw enorm vooruitbracht.
Q 19In ongeveer hoeveel jaar doorloopt Uranus zijn baan rond de Zon?
84 jaar
De planeet staat op ruwweg 20 astronomische eenheden van de Zon, bijna 2,9 miljard kilometer.
Q 20Welke Nederlands-Amerikaanse astronoom opperde in 1951 een komeetgordel net voorbij Neptunus?
Gerard Kuiper
Uit deze gordel komen de kortperiodieke kometen, met een omlooptijd tussen de 50 en een paar duizend jaar.
Q 24Welke naam kreeg Uranus van zijn ontdekker, ter ere van de Engelse koning George III?
Georgium Sidus
Pas decennia later kreeg de planeet officieel de naam die Johann Bode eerder had voorgesteld.
Q 25Welke hoek maakt de equator van Uranus met het baanvlak van de planeet?
98°
Ter vergelijking: de Aarde heeft een obliquiteit van 23,45°; mogelijk kantelde Uranus door een botsing met een ander groot hemellichaam.
Q 26Bij welke ster werd in 1995 de eerste planeet buiten ons zonnestelsel ontdekt?
51 Pegasi
In de jaren daarna volgden nog veel meer exoplaneten; de ruimtevaart bracht astronomische ontdekkingen in een stroomversnelling.
Q 27Welke Engelse astronoom nam Uranus in 1690 als eerste waar, maar hield hem voor een ster?
John Flamsteed
Met het blote oog is Uranus alleen in oppositie en onder zeer gunstige omstandigheden net te zien.
Q 28Onder welke sternaam noteerde Flamsteed zijn waarneming van Uranus in 1690?
34 Tauri
Hij plaatste het object in het sterrenbeeld Stier; met een gewone verrekijker is Uranus niet meer dan een zwak sterretje.
Q 29In welk jaar werd de door Johann Bode voorgestelde naam Uranus officieel in gebruik genomen?
1850
Tot die tijd werd de planeet ook wel 'Herschel' genoemd, naar de man op wiens naam de officiële ontdekking staat.
Q 30Wie berekende als eerste de baanelementen van Uranus en presenteerde die in 1783?
Pierre-Simon Laplace
Zijn berekeningen bleken later af te wijken van de werkelijke baan, wat uiteindelijk tot de ontdekking van een achtste planeet leidde.