Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Geologie, ook wel aardkunde, is de wetenschap die de Aarde, haar geschiedenis en de processen die haar vormen bestudeert. Van de mineralen van Theophrastus tot de platentektoniek van Wegener: het vak heeft een lange en boeiende geschiedenis. Deze quiz gaat over de deelgebieden van de geologie, de grondleggers van het vak, en de opbouw van de Aarde: van de exosfeer tot de binnenkern van ijzer en nikkel. Speel direct online of print de vragen uit voor een quizavond.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Welke sfeer omvat al het water op de Aarde?
Hydrosfeer
De vaste Aarde omvat daarnaast alle vaste levenloze materie, zoals gesteenten, mineralen en metalen.
Q 02Welke wetenschap bestudeert fossiele resten van leven uit het verleden?
Paleontologie
Dit vak is nauw verwant aan de studie van gesteentelagen, omdat de volgorde van fossielen helpt om lagen te ordenen en te dateren.
Q 03In hoeveel chemische schillen wordt de vaste Aarde grofweg verdeeld?
3
Die schillen zijn de aardkorst, de aardmantel en de aardkern, gescheiden door discontinuïteiten die naar hun ontdekkers zijn vernoemd.
Q 04Onder welke andere Nederlandse naam staat de geologie bekend?
Aardkunde
De naam komt van het Oudgrieks, waarin γῆ 'aarde' en λόγος 'wetenschap' betekent; het vak behoort tot de aardwetenschappen.
Q 05Welke wetenschap is de belangrijkste indirecte manier om het binnenste van de Aarde te bestuderen?
Seismologie
Direct waarnemen van het diepe binnenste is onmogelijk; ook door vulkanisme en tektoniek omhooggebracht materiaal levert aanwijzingen.
Q 06Wie stelde in 1912 de theorie van de verschuiving van de continenten voor?
Alfred Wegener
Pas in de jaren zestig van de 20e eeuw werd de theorie van de platentektoniek met overtuigend bewijs gestaafd.
Q 07Welke maan van Jupiter zou een mantel van vloeibaar water bezitten?
Europa
Op andere planeten komt water vooral als ijs voor; de Aarde is het enige lichaam in het zonnestelsel met een biosfeer of hydrosfeer.
Q 08Van welk vakgebied is de platentektoniek een belangrijk onderdeel?
Geofysica
Het vak past natuurkunde toe op vraagstukken over de Aarde, zoals scheikunde op dezelfde manier tot de geochemie leidt.
Q 09Hoe heet de bestudering van de vormen van het landschap?
Geomorfologie
In dit vak en in de sedimentologie ontmoeten de fysische geografie en de geologie elkaar, twee disciplines die vaak met elkaar worden verward.
Q 10Hoe heet de classificatie en bestudering van gesteenten en hun ontstaanswijze?
Petrologie
Het vak is verwant aan de structurele geologie, die vormen en structuren door vervorming van de aardkorst onderzoekt, vooral in gebergten.
Q 11Tussen welke twee lagen ligt de Mohorovičić-discontinuïteit, kortweg Moho?
Korst en mantel
De grens tussen mantel en kern heet de Wiechert-Gutenbergdiscontinuïteit.
Q 12In welke eeuw ontstond de moderne geologie?
Achttiende eeuw
Lang daarvoor bestudeerden Grieks-Romeinse natuurfilosofen de Aarde al, en ook middeleeuwse islamitische geleerden hielden zich met gesteenten en gebergten bezig.
Q 13Hoe dik is de laag water van de oceanen gemiddeld?
3 km
Bij de continenten is het water vooral aanwezig als grondwater of oppervlaktewater.
Q 21Welk deel van de totale massa van de atmosfeer bevat de troposfeer naar schatting?
80%
Deze onderste laag reikt van het aardoppervlak tot rond 15 km hoogte; de dampkring wordt naar buiten toe steeds ijler.
Q 22Waar vond Leonardo da Vinci de fossiele schelpen die hij aan een vroegere zee toeschreef?
Apennijnen
Da Vinci begreep dat die schelpen resten van vroeger leven waren en niet door de Zondvloed waren achtergelaten, een voor zijn tijd opmerkelijk inzicht.
Q 23Welke theorie liet het aardoppervlak in korte, hevige episodes ontstaan en verloor van Lyell?
Catastrofisme
Volgens deze opvatting bleef het aardoppervlak tussen de episodes vrijwel onveranderd; Hutton hing al de tegenovergestelde theorie aan, maar vond weinig navolging.
Q 14Hoe heet het vakgebied dat de inhoud en de stapeling van gesteentelagen bestudeert?
Stratigrafie
Gesteenten bevatten informatie over hun ontstaan en vertellen zo iets over de geschiedenis van de aardkorst, het klimaat en de ontwikkeling van het leven.
Q 15Welke Romeinse schrijver beschreef mineralen, kristallen en fossielen?
Plinius de Oudere
Hij leefde van 23 tot 79 n.Chr., dus tot het jaar van de beroemde uitbarsting van de Vesuvius.
Q 16Op welke hoogte ligt de ozonlaag ongeveer?
20 km
Ozon wordt daar gevormd uit zuurstof door fotolyse onder invloed van ultraviolette straling.
Q 17Wie wordt beschouwd als de eerste moderne geoloog?
James Hutton
Zijn navolgers dachten dat veel gesteenten door het stollen van lava of magma waren gevormd, in tegenstelling tot de aanhangers van een oceanische oorsprong.
Q 18Wie schreef het beroemde boek Principles of Geology, voor het eerst gepubliceerd in 1830?
Charles Lyell
De auteur bleef het boek tot zijn dood in 1875 voortdurend verbeteren.
Q 19Welke doctrine introduceerde Lyell in de geologie?
Uniformitarianisme
Volgens deze leer hebben langzame, graduele processen het aardoppervlak gevormd, en zijn die processen vandaag nog steeds aan het werk.
Q 20Wie tekende de eerste geologische kaarten?
William Smith
Deze Engelsman (1769-1839) begon ook met het ordenen van strata aan de hand van de fossielen die erin voorkomen.
Q 24Wie stelde drie wetten op over de manier waarop gesteentelagen gevormd worden?
Nicolaus Steno
Deze zeventiende-eeuwse onderzoeker (1638-1686) geldt dankzij die wetten als de grondlegger van de studie van gesteentelagen.
Q 25Hoe heetten de navolgers van Hutton die dachten dat veel gesteenten door vulkanisme ontstonden?
Plutonisten
Hun tegenstanders meenden dat alle gesteenten in de oceanen waren neergeslagen, waarvan het zeeniveau geleidelijk zou dalen.
Q 26Welke Griekse filosoof vond bij het indelen van mineralen ook 'aantrekkelijkheid' maatgevend?
Theophrastus
Deze filosoof, die leefde van ongeveer 371 tot 287 v.Chr., classificeerde mineralen verder aan de hand van hun fysische eigenschappen.
Q 27Tot hoeveel kilometer van de Aarde reikt de exosfeer ongeveer?
10.000 km
Deze buitenste laag van de atmosfeer heeft een negatieve temperatuurgradiënt: de temperatuur neemt er af met de hoogte.
Q 28Wie beschreef rond het jaar 1000 het ontstaan van gebergten als wisselwerking van tektoniek en erosie?
Avicenna
Omdat gebergten volgens hem lang nodig hadden om te vormen, concludeerde deze geleerde dat de Aarde zeer oud moet zijn.
Q 29In hoeveel groepen deelde Georgius Agricola als eerste de gesteenten op methodische wijze in?
4
Deze arts, vooral geïnteresseerd in de mijnbouw, ordende de groepen naar opeenvolgende ouderdom en consolidatie.
Q 30In welk jaar presenteerde Hutton zijn Theory of the Earth aan de Royal Society te Edinburgh?
1785
In dat artikel betoogde hij dat de Aarde veel ouder moest zijn dan aangenomen, omdat het eroderen van bergen en het vormen van sedimentair gesteente veel tijd vergt.