Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Isaac Newton legde met zijn bewegingswetten en zijn theorie van de zwaartekracht de basis voor de klassieke mechanica. Daarnaast ontleedde hij wit licht in kleuren en bouwde hij een eigen telescoop. Deze quiz gaat over zijn jeugd in Lincolnshire, zijn studie en hoogleraarschap in Cambridge, zijn ontdekkingen en zijn latere loopbaan bij de Munt in Londen. Ook minder bekende kanten komen aan bod, zoals zijn belangstelling voor theologie en alchemie.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Welke vrucht zag Newton volgens John Conduitt uit een boom vallen?
Appel
Conduitt was getrouwd met Newtons nichtje Catherine; het voorval zou zich hebben afgespeeld in de boomgaard bij Newtons moeder.
Q 02Welke grootheid wordt uitgedrukt in de naar Isaac Newton vernoemde eenheid newton?
Kracht
Sinds Newtons definitie van de basisbegrippen kan een technisch ontwerp in eenvoudige gevallen met wiskundige precisie worden doorgerekend.
Q 03Met welk hulpmiddel toonde Newton aan dat wit licht uit alle regenboogkleuren bestaat?
Prisma
Verder ontleden van de kleuren bleek niet mogelijk, en samengevoegd leverden ze weer wit licht op.
Q 04Met welke wiskundige had Newton een heftige ruzie over de infinitesimaalrekening?
Leibniz
Beiden gelden als medeontdekkers van de differentiaal- en integraalrekening; de ruzie ging over de vraag wie de eerste was.
Q 05Welke functie ging Newton in 1696 in Londen vervullen?
Muntmeester
Hij begon als Warden of the Mint en was van 1699 tot zijn dood directeur van de Munt.
Q 06Waardoor moest de jonge Newton in 1666 zijn studie in Cambridge onderbreken?
Pestepidemie
Hij keerde terug naar zijn geboorteplaats; uit die periode stamt de beroemde anekdote over de vallende vrucht en de maan.
Q 07Welke oudere tijdgenoot van Newton bedacht het golfmodel van het licht?
Christiaan Huygens
Het golfmodel verdrong later Newtons eigen lichttheorie, omdat het interferentie makkelijker kon verklaren.
Q 08Wiens empirische wetten voor planeetbanen kregen dankzij Newton een theoretische basis?
Johannes Kepler
Met zijn eigen wetten kon Newton de banen van planeten om de zon nauwkeurig narekenen; de empirische regels dateerden al van 1609 tot 1619.
Q 09Op welke dag van 1642 werd Isaac Newton volgens de juliaanse kalender geboren?
25 december
Volgens de gregoriaanse kalender, die in Engeland pas veel later werd ingevoerd, viel zijn geboortedag op 4 januari 1643.
Q 10In welk jaar verscheen Newtons hoofdwerk “Philosophiae Naturalis Principia Mathematica”?
1687
In dit boek beschreef hij de zwaartekracht en zijn drie bewegingswetten, waarmee hij de grondlegger van de klassieke mechanica werd.
Q 11In welk vak werd Newton in 1669 als Lucasian professor hoogleraar in Cambridge?
Wiskunde
De leerstoel was ingesteld door Henry Lucas; anders dan elders mocht de hoogleraar hier juist niet als geestelijke actief zijn.
Q 12Waarmee hield Newton zich een groot deel van zijn leven meer bezig dan met exacte wetenschap?
Theologie
Hij schreef veel over Bijbelse chronologie en tekstkritiek; enkele van die werken verschenen pas na zijn dood.
Q 13Aan welk college in Cambridge begon Newton in 1661 zijn studie?
Trinity
Tot zijn zestiende had hij school gelopen in Grantham, waar hij opviel door zijn fraaie mechanische modellen.
Q 21Wat deed Newton als “subsizar” in Cambridge in ruil voor lager collegegeld?
Rijkere studenten bedienen
Hij serveerde onder meer eten, poetste schoenen en hielp bij het aankleden; in 1664 kwam daar een einde aan.
Q 22In welk jaar verving de gregoriaanse kalender in Engeland de juliaanse kalender?
1752
Daardoor heeft Newton twee geboortedata: 4 januari 1643 in de nieuwe stijl en een dag aan het einde van 1642 in de oude.
Q 23Welke wiskundige maakte tijdens Newtons studie in Cambridge diepe indruk op hem?
Isaac Barrow
In die jaren verdiepte Newton zich ook in de “Elementen” van Euclides en de “Geometria” van Descartes.
Q 14Welk voorwerp stak Newton langs zijn eigen oogbal om de werking van het oog te doorgronden?
Rijgnaald
Hij duwde het voorwerp tot aan het bot van zijn oogkas; biografen noemen het een voorbeeld van zijn onbegrensde nieuwsgierigheid.
Q 15Aan de speculatiegekte rond welke onderneming verloor Newton £ 20.000?
South Sea Company
Na dat verlies verklaarde hij dat hij de waanzin van mensen niet kon berekenen.
Q 16In welke taal publiceerde Newton zijn werk over optica, “Opticks”?
Engels
De “Principia”, zijn boek over mechanica, schreef hij tussen 1684 en 1686 juist in het Latijn.
Q 17Naar welke standaard bracht Newton het pond sterling in 1717?
Gouden
De overgang droeg bij aan de welvaart van Engeland, en Newton zelf werd rijk door zijn werk bij de Munt.
Q 18Welke praktijk moesten de groeven op de zijkant van Britse munten onder Newton tegengaan?
Snoeien
Newton liet alle Britse munten opnieuw slaan en bestreed ook valsemunters, die soms ter dood werden veroordeeld.
Q 19Welke econoom verwierf in 1936 een groot deel van Newtons alchemistische manuscripten?
John Maynard Keynes
Hij kocht ze voor het King's College in Cambridge en noemde Newton later de laatste van de magiërs.
Q 20Welke lensfout wilde Newton voorkomen toen hij de Newtontelescoop bedacht?
Chromatische aberratie
De fout ontstaat door kleurschifting, die bij breking door lenzen onvermijdelijk is; zijn telescooptype wordt nog steeds toegepast.
Q 24In welk jaar werd Newton voorzitter van de Royal Society?
1703
Hij was al sinds 1672 Fellow van het genootschap en bleef voorzitter tot zijn dood in 1727.
Q 25Welke vorm bleek de baan van Mercurius te hebben, in plaats van de voorspelde ellips?
Rozet
Dat botste met wat de klassieke wetten voorspelden; ook Newtons aanname van een uniforme tijd in het universum bleek niet houdbaar.
Q 26Welke koning ontsloeg Newton van de plicht om zich tot geestelijke te laten wijden?
Karel II
Wetenschappers in Oxford en Cambridge moesten destijds gewijde geestelijken van de Anglicaanse Kerk zijn.
Q 27Van welke destijds verboden leer was Newton in het geheim aanhanger?
Unitarisme
Door de koninklijke ontheffing van de wijdingsplicht bleef een conflict tussen zijn opvattingen en de Anglicaanse Kerk uit.
Q 28Hoeveel boeken over alchemie telde Newtons nagelaten persoonlijke bibliotheek?
126
Alchemie was een van zijn grote passies; tot ver in de 18e eeuw hadden natuurfilosofen daar actieve belangstelling voor.
Q 29Welke schrijver noteerde een gesprek uit 1726 over het ontstaan van Newtons gravitatie-idee?
William Stukeley
Hij legde het vast in zijn “Memoirs of Sir Isaac Newton's Life”; Newton haalde daarin zelf de herinnering op.
Q 30Hoeveel jaar bestudeerde Newton volgens Betty T. Dobbs onafgebroken alchemistische teksten?
30
Jan Golinski veronderstelde dat Newton uit al die literatuur een samenhangende leer hoopte af te leiden.