Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Het oude Griekenland bracht de polis, de filosofie van Socrates, Plato en Aristoteles, het theater en de wiskunde van Euclides voort. Van de Archaïsche periode tot de inlijving door Rome bleef de Griekse wereld de bakermat van de westerse cultuur. Deze quiz test je kennis van die geschiedenis: de stadsstaten, het alfabet, de toneelschrijvers, het leger en de wetenschap. Daarnaast duik je in de antieke Olympische Spelen in Olympia: de mythen over hun oorsprong, het stadion, de onderdelen, de prijzen en de beroemdste winnaars.
Alle 25 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Aan welke mythische auteur worden de Ilias en de Odyssee toegeschreven?
Homerus
Naast deze epen is ook de Griekse lyriek bewaard gebleven, onder meer de gedichten van Sappho.
Q 02Hoe vaak werden de antieke Olympische Spelen gehouden?
om de vier jaar
Ze waren de belangrijkste en meest prestigieuze van de vier Panhelleense Spelen, waaraan tal van Griekse poleis deelnamen.
Q 03Welke drie filosofen uit de klassieke periode beïnvloedden het westerse denken blijvend?
Socrates, Plato en Aristoteles
In dezelfde eeuwen brachten de Perzische Oorlogen en de Peloponnesische Oorlog de Griekse wereld op de rand van de afgrond.
Q 04Hoe noemden de oude Grieken mensen die geen Grieks spraken?
barbaren
De term gold voor alle anderstaligen; het oude Griekenland omvatte immers alle gebieden waar men Grieks sprak, tot ver buiten de Balkan.
Q 05Wie waren volgens de Grieken hun erfvijanden en de bekendste niet-Griekssprekenden?
Perzen
Tegen hen voerden de Griekse stadsstaten in de klassieke periode de Perzische Oorlogen, die het gebied op de rand van de afgrond brachten.
Q 06In welke formatie vochten de hoplieten in de klassieke periode?
falanx
De oorlogstechnieken van de verschillende poleis leken op elkaar, maar sommige wisten de andere met hun oorlogsvoering voor te blijven.
Q 07In welk jaar worden de eerste antieke Olympische Spelen traditioneel geplaatst?
776 v.Chr.
De eerste winnaar wiens naam bewaard bleef, won dat jaar de hardloopwedstrijd, destijds nog het enige onderdeel.
Q 08Van welk volk namen de oude Grieken hun alfabet over?
Feniciërs
De Grieken pasten het overgenomen schrift vervolgens aan de vereisten van hun eigen Indo-Europese taal aan.
Q 09Wat was het theater in het oude Griekenland oorspronkelijk?
Gezongen godsdienstig ritueel
Vrijwel overal in de Grieks-Romeinse wereld zijn nog resten te vinden van halfcirkelvormige openluchttheaters.
Q 10In welke periode kwam de Griekse stadsstaat, de polis, tot ontwikkeling?
Archaïsche periode
De periode liep van 800 tot 480 v.Chr. en volgde op de zogenaamde duistere eeuwen, waarin het schrift verloren was gegaan.
Q 11Welke twee wiskundigen brachten de wiskunde in de hellenistische periode tot hoogtepunten?
Archimedes en Euclides
De meetkunde van Euclides was niet meer gericht op landmeting, maar probeerde algemene waarheden over de ruimte af te leiden uit logische bewijsregels.
Q 12Naar welk gebied verwijst de naam Magna Graecia in engere zin?
Zuid-Italië en Sicilië
De naam betekent 'Groot Griekenland' en ontstond toen de Griekse kolonisatie na de duistere eeuwen de Griekssprekende wereld deed uitdijen.
Q 13Welke twee toneelauteurs voegden in de 5de eeuw v.Chr. meer acteurs toe?
Aischylos en Sophocles
Q 21Welk militair verbond verenigde Griekse poleis naast de Peloponnesische Bond?
Delisch-Attische Zeebond
Elke polis bezat haar eigen leger; deze legers vochten de onderlinge strijd tussen de Grieken uit, maar sloten ook verbonden.
Q 22Welke lichtgewapende soldaten namen later de centrale rol van de hoplieten over?
peltasten
Het Griekse leger mag niet gezien worden als het leger van één territoriale staat: elke polis bezat haar eigen troepen.
Q 23Welke drie Romeinse provincies werden in Griekenland ingesteld?
Macedonia, Achaea en Kreta
Het toneelstuk werd toen ingedeeld in episodes, afgewisseld met koorzang; een eeuw eerder beeldde nog maar één acteur de handeling uit.
Q 14In welke Griekse landstreek lag Olympia?
Elis
Olympia was een heilige plaats vol tempels, altaren en standbeelden; de streek ligt op de Peloponnesos.
Q 15Welke schriften kenden de Minoïsche en Myceense beschaving al?
Lineair A en B
Deze schriften gingen tijdens de duistere eeuwen verloren; pas later kregen de Grieken via een ander volk opnieuw een schrift.
Q 16Bij welke tragedieschrijver gingen de goden naar de achtergrond?
Euripides
Zijn stukken draaiden in de eerste plaats om menselijke tragiek; eerdere schrijvers hadden het stuk in episodes met koorzang ingedeeld.
Q 17Waarin gingen de Griekse stadsstaten op na de dood van Alexander de Grote?
de Diadochenrijken
Alexander stierf in 323 v.Chr.; de hellenistische mengcultuur die volgde, verspreidde zich tot in het huidige Midden-Oosten.
Q 18In welk jaar kwam het oude Griekenland geheel onder Romeins bestuur?
146 v.Chr.
Dat gebeurde na de oorlogen van de hellenistische vorsten met het opkomende Rome, waarna de Romeinen er provincies instelden.
Q 19In welke periode bloeide de Myceense beschaving?
1600–1200 v.Chr.
De dragers van de Myceense cultuur spraken al een Grieks dialect, maar hun kunst wordt meestal niet tot de oud-Griekse kunst gerekend.
Q 20Welke denker hield zich bezig met de fundamentele structuur van de materie?
Democritus
Ook Anaximander en Empedocles dachten hierover na; de Griekse natuurfilosofie kenmerkte zich door een toenemende mate van abstractie.
Met het uitdoven van de heidense cultuur maakte het oude Griekenland uiteindelijk plaats voor een gekerstend Byzantijns Griekenland.
Q 24Welk werk van Pausanias is de belangrijkste bron over de antieke Olympische Spelen?
Beschrijving van Griekenland
Andere bronnen zijn de opgravingen op de site van Olympia en vaasschilderingen, al dateren die uit uiteenlopende periodes.
Q 25Tot welk jaar rekenen kunsthistorici de oud-Griekse kunst?
27 v.Chr.
Men laat de oud-Griekse kunst eindigen met de inlijving van Griekenland in het Romeinse Rijk; ze begint rond 1050 v.Chr.