Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Tijd lijkt vanzelfsprekend, maar hoe meet je haar eigenlijk? Eeuwenlang gaf de zon het tempo aan, daarna namen uurwerken, tijdzones en atoomklokken het over. Deze quiz gaat over tijdmeting en tijdrekening, over wat de relativiteitstheorie met ons tijdsbegrip deed en over de beroemdste klok ter wereld: Big Ben in Londen.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Als de hoeveelste dimensie kan tijd worden gezien, na hoogte, breedte en lengte?
Vierde
Een gebeurtenis heeft behalve een plaats ook een tijdstip en krijgt zo een 'positie' in de zogenaamde ruimtetijd.
Q 02Wiens speciale relativiteitstheorie stelde het begrip tijd bij?
Albert Einstein
De theorie ontstond in het begin van de 20e eeuw en raakte ook aan de snelheid waarmee informatie zich kan verplaatsen.
Q 03Welke eenheid is internationaal vastgelegd als SI-eenheid van tijd?
Seconde
Tijd is meetbaar en wordt in eenheden gemeten door middel van een klok. Naar men aanneemt bestaat tijd overal in het huidige heelal.
Q 04Hoeveel dagen kan een kalenderjaar maximaal duren?
366
Ook maanden maken het rekenen met tijdsduur lastig: hun lengte kan variëren van 28 tot en met 31 dagen.
Q 05Sneller dan wat kan een signaal of informatie nooit reizen?
Licht
Hiervan hangt af of er tussen twee gebeurtenissen een causaal verband mogelijk is.
Q 06Welk moment dient vaak als nulpunt om een tijdstip op de dag te bepalen?
Middernacht
Een tijdstip wordt bepaald door de tijd die is verstreken sinds een referentiemoment. Tijdsduur is juist het verschil in tijd tussen twee momenten.
Q 07Wat voor natuurkundig begrip is tijd?
Grootheid
In klassieke zin is tijd het verschijnsel dat gebeurtenissen chronologisch geordend kunnen worden: de ene vindt voor of na de andere plaats.
Q 08Wat werd ingevoerd om zo dicht mogelijk bij de lokale middelbare tijd te blijven?
Tijdzones
De tijdzone hoort net als het kalendersysteem en het systeem van zomertijd bij de nominale tijd volgens een tijdrekening.
Q 09Welk voorwerp heeft Vadertje Tijd, de oude man met baard, in zijn hand?
Zeis
De figuur is een veelgebruikte personificatie van de lineaire, voortschrijdende tijd.
Q 10Door de invoering van welk vervoermiddel werd een eigen lokale tijd per plaats onpraktisch?
Spoorwegen
Klokken stonden gelijk met de lokale middelbare tijd, en plaatsen op verschillende lengtegraden hebben dan elk een andere tijd.
Q 11Welke tijdstandaard werd ingevoerd omdat de atoomtijd TAI niet gelijk loopt met UT?
UTC
Men corrigeert deze standaard regelmatig, zodat het verschil met UT1 klein blijft. Van TAI raakt hij daardoor steeds verder verwijderd.
Q 12Welke taal geeft net als het Nederlands tijdstip en tijdsduur allebei in uren aan?
Frans
Daarom maakt het uit of iets om drie uur of over drie uur gebeurt. Het Engels kent o'clock en hour, het Duits Uhr en Stunde.
Q 13Welk principe kan niet verstoord worden, waardoor willekeurig tijdreizen onmogelijk is?
Causaliteit
Elke gebeurtenis heeft haar eigen verleden, heden en toekomst.
Q 21Hoeveel minuten liep de middelbare tijd van Amsterdam ongeveer voor op GMT?
19
Tot 1940 gold deze Amsterdamse tijd in heel Nederland. GMT is de middelbare tijd van de meridiaan van Greenwich.
Q 22In welk deelgebied van de taalwetenschap wordt tijdslogica met name onderzocht?
Semantiek
Tijdslogica omvat formele logische systemen die het begrip tijd formaliseren. Ook de filosofie houdt zich ermee bezig.
Q 23In welk jaar werd Big Ben in de Londense klokkentoren geïnstalleerd?
1858
Op 31 mei 1859 begon het uurwerk te tikken, en op 11 juli van dat jaar klonken de slagklokken voor het eerst.
Welke nauwkeurige klokken onthulden een wereldwijde seizoensvariatie in de tijdmeting?
Q 14Welke naam droeg de Elizabeth Tower in Londen officieel tot 2012?
Clock Tower
De naamswijziging kwam er naar aanleiding van het diamanten regeringsjubileum van Elizabeth II.
Q 15Welk alledaags tijdsbegrip maakte de speciale relativiteitstheorie onhoudbaar?
Absolute tijd
Zelfs de volgorde van twee gebeurtenissen ligt niet altijd vast: de ene waarnemer ziet eerst a en dan b, een andere ziet het andersom.
Q 16Hoe heet de middelbare zonnetijd van een centrale meridiaan?
Standaardtijd
Ze kwam in de plaats van de lokale middelbare tijd, waarop klokken eerder werden gelijkgezet.
Q 17Naar welke rijzige politicus verwijst de bijnaam Big Ben?
Benjamin Hall
Hij leefde van 1802 tot 1867 en gaf de aanzet tot de bouw van de toren.
Q 18Hoe heet de duur van één volledige draaiing van de aarde ten opzichte van de sterren?
Sterrendag
Die duurt 23 uur en ruim 56 minuten, iets korter dan de zonnedag van 24 uur oftewel een etmaal.
Q 19In welk jaar werd de atoomklok geïntroduceerd?
1955
Dankzij dit uurwerk kon men de internationale atoomtijd (TAI) invoeren.
Q 20Wiens tweede wet gaat op voor de elliptische omloopbaan van de aarde om de zon?
Kepler
De baansnelheid van de aarde rond de zon is niet het hele jaar gelijk, en daardoor varieert de zonnetijd.
Kwartsuurwerken
De variatie wordt onder andere veroorzaakt door lucht- en waterverplaatsingen. De hiervoor gecorrigeerde tijd heet UT2.
Q 25In welk jaar werd de wereldtijd Universal Time (UT) ingevoerd?
1928
Universal Time is gebaseerd op GMT, de middelbare tijd van de meridiaan van Greenwich.
Q 26Hoe heet het verschil tussen de ware tijd en de middelbare tijd?
Tijdsvereffening
De ware tijd is de tijd die een zonnewijzer aanwijst. Voor de gelijkmatige variant werd de middelbare zon geïntroduceerd.
Q 27Welke Griekse god stond voor het geschikte ogenblik en de kwalitatieve tijdsbeleving?
Kairos
De Grieken kenden hem als tegenhanger van de god van de lineaire, voortschrijdende tijd.
Q 28Welk verschijnsel zorgde ervoor dat Universal Time niet overal ter wereld gelijk bleek?
Poolbeweging
Daarom kwam er een gecorrigeerde tijd, UT1. De variant die uit astronomische observaties is afgeleid, werd omgedoopt tot UT0.
Q 29Welke tijdschaal werd afgeleid uit het tropisch jaar toen de aardrotatie te onregelmatig bleek?
Efemeridetijd
Deze tijd is uniform, maar ook moeilijk vast te stellen.
Q 30Welk verband hebben twee gebeurtenissen die zeker niet causaal verbonden zijn?
Ruimteachtig
Voor sommige waarnemers vinden zulke gebeurtenissen gelijktijdig plaats. Niets of niemand kan aan beide deelnemen.