Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
DNA is de drager van erfelijke informatie in alle levende cellen. Het molecuul bestaat uit twee ketens van nucleotiden die als een wenteltrap om elkaar draaien, met vier basen als letters van de genetische code. Deze quiz test wat je weet over de bouw van DNA, de ontdekkers van de structuur, de manier waarop cellen hun DNA kopiëren en herstellen, en het gebruik van DNA in forensisch onderzoek. Van makkelijke instapvragen tot pittige vragen voor biologen: speel ze direct of print ze uit voor een quizavond.
Alle 28 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Welke ruimtelijke vorm hebben de twee nucleotideketens van DNA samen?
Dubbele helix
De basenparen verbinden de twee ketens als de treden van een wenteltrap; de ontdekking van deze structuur gaf de moleculaire biologie een enorme stimulans.
Q 02Waar ligt het DNA bij eukaryoten opgeslagen?
Celkern
Bij bacteriën en archaea ligt het DNA daarentegen los in het cytoplasma, vaak in de vorm van een circulair chromosoom.
Q 03Hoe noemt men de volledige genetische samenstelling van een organisme?
Genoom
Om de complete nucleotidevolgorde van een mens fysiek uit te schrijven, zijn duizenden boeken nodig.
Q 04Waar staat de afkorting DNA voluit voor?
Desoxyribonucleïnezuur
De naam verwijst naar de suikergroep desoxyribose in elke nucleotide; het molecuul bevat de genetische instructies voor alle bekende organismen en vele virussen.
Q 05Welke stikstofbase ligt in dubbelstrengs DNA altijd tegenover guanine?
Cytosine
Dit principe heet complementaire basenparing: een grotere tweeringige base ligt telkens tegenover een kleinere éénringige base.
Q 06In welk jaar publiceerden Watson en Crick hun artikel over de structuur van DNA?
1953
Een maand later publiceerden zij op basis van deze structuur ook een model voor het mechanisme van DNA-replicatie.
Q 07Hoe lang zou het DNA van één diploïde menselijke cel zijn als het volledig werd uitgerold?
Ruim twee meter
Daarom is het DNA in eukaryote cellen vergaand opgerold rond eiwitten; het molecuul is daarbij maar enkele nanometers dik.
Q 08In welk jaar werden de DNA-sequenties van de mens gepubliceerd?
2001
Van steeds meer organismen werd het volledige erfelijk materiaal gesequencet, onder meer om verwantschappen tussen soorten te bepalen.
Q 09Wie maakte de röntgendiffractieopnamen die Watson en Crick hielpen bij hun model?
Rosalind Franklin
Een van haar opnamen kwam zonder haar medeweten via Maurice Wilkins onder ogen van Watson en Crick.
Q 10Welk enzym verbreekt bij de start van replicatie de waterstofbruggen tussen de basenparen?
Helicase
Het enzym gebruikt de hydrolyse van ATP als energiebron; daarna gaan de twee strengen uit elkaar en verdwijnt de helixstructuur.
Q 11In welk jaar kregen Watson, Crick en Wilkins de Nobelprijs voor de DNA-structuur?
1962
De onderzoekster wier röntgenopnamen het model mogelijk maakten, was toen al overleden aan kanker.
Q 12Welk enzym zorgt er in stamcellen en voortplantingscellen voor dat telomeren niet korter worden?
Telomerase
Het voegt na iedere replicatie de specifieke telomeer-basenvolgorde toe, zodat de cel kan blijven delen zonder kritische informatie te verliezen.
Q 13In welk jaar werd DNA voor het eerst ontdekt?
1869
De chemische structuur bleef daarna nog lange tijd onbekend; pas in 1909 kwam de theorie dat DNA uit vier nucleotiden bestaat.
Q 21Welke biochemicus stelde in 1952 dat DNA evenveel adenine als thymine bevat?
Erwin Chargaff
Zijn stelregel werd een jaar later verklaard door het inzicht dat de helix is opgebouwd uit vaste basenparen.
Q 22Welke twee onderzoekers toonden in 1952 aan dat een virus alleen via DNA een cel kan besmetten?
Alfred Hershey en Martha Chase
Virussen worden niet tot de levende organismen gerekend, omdat ze geen eigen voortplantingsmechanisme hebben en zich in een vreemde cel vermenigvuldigen.
Q 23Wie legde in september 1984 de basis voor DNA-fingerprinting?
Alec Jeffreys
Q 14Welk enzym koppelt de korte DNA-stukjes van de lagging strand aan elkaar?
DNA-ligase
Aan deze streng kan de polymerase alleen achterwaarts werken, in stukjes van ongeveer 100 tot 200 nucleotiden.
Q 15Wie formuleerde in 1958 het centrale dogma van de moleculaire biologie?
Francis Crick
Het dogma stelt dat informatie uit genen wel naar eiwitten vertaald kan worden, maar nooit van eiwitten terug naar genen.
Q 16Hoe heten de korte DNA-stukjes van 100 tot 200 nucleotiden die bij replicatie ontstaan?
Okazaki-fragmenten
Ze ontstaan doordat de polymerase in één richting alleen achterwaarts kan werken, telkens vanaf een nieuwe RNA-primer.
Q 17Welk deel van het menselijk DNA bestaat uit eiwit-coderende genen?
1,5%
Het merendeel van het DNA is niet-coderend; genen bevatten naast een open leesraam ook regulatoire sequenties zoals promotors en enhancers.
Q 18Welke natuurkundige schreef in 1944 het invloedrijke boek ‘What is life?’?
Erwin Schrödinger
Hij beredeneerde dat erfelijk materiaal een aperiodiek kristal moest zijn: een vaste stof met een regelmatige maar variabele structuur.
Q 19Welk enzym koppelt bij de start van replicatie een korte RNA-primer aan de DNA-streng?
Primase
De ribonucleotiden van de primer worden aan het eind van de replicatie weer verwisseld voor desoxyribonucleotiden.
Q 20Wie publiceerde in 1975 een methode om de volgorde van nucleotiden in DNA te bepalen?
Frederick Sanger
Deze methode, sequencing genoemd, werd een standaardmethode in de moleculaire biologie en hielp de verwantschap tussen organismen te bepalen.
Hij zag dat het DNA van leden van eenzelfde familie kleine zichtbare verschillen vertoont; de techniek helpt nu bij ouderschapstesten en afstammingsbepaling.
Q 24Welke scheikundige stelde in 1951 een helixmodel voor DNA op dat belangrijke fouten bevatte?
Linus Pauling
Zijn model ging er al van uit dat het molecuul de vorm van een helix had, maar klopte op andere punten niet.
Q 25Hoe lang is één volledige winding van de DNA-helix?
34 ångström
De helix zelf is 20 ångström breed; de stikstofbasen wijzen naar binnen en de suiker-fosfaatruggengraat vormt de buitenzijde.
Q 26Hoe groot is het chromosoom van de laboratoriumbacterie E. coli ongeveer?
6,4 Mb
Het DNA van de mens en veel andere primaten heeft een totale lengte van ongeveer 3,0 gigabasen.
Q 27Wie stelde in 1909 de theorie op dat DNA uit vier nucleotiden bestaat?
Phoebus Levene
In 1919 publiceerde hij ook een hypothese over de manier waarop nucleotiden onderling verbonden zijn in een nucleïnezuur.
Q 28Hoe breed is de brede groeve (major groove) van de DNA-helix?
12 ångström
De smalle groeve is maar 6 ångström breed; DNA-bindende eiwitten maken via zo'n groeve contact met de stikstofbasen zonder de helix te openen.