Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Statistiek is de wetenschap van het verzamelen, bewerken, interpreteren en presenteren van gegevens. Wie een steekproef neemt, wil iets zeggen over een hele populatie, en moet dus met toeval leren rekenen. Deze quiz loopt langs de geschiedenis van het vak, van astronomen in de 18de eeuw tot Ronald Fisher, en langs de grote stromingen en deelgebieden. Ook de meetschalen komen aan bod: wat is het verschil tussen nominaal, ordinaal, interval en ratio?
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Met welke kans valt elke afzonderlijke uitkomst bij een worp met een zuivere dobbelsteen?
1/6
Twijfelt men aan de zuiverheid, dan krijgt elke uitkomst een eigen onbekende kans; die kansen zijn dan de te schatten parameters.
Q 02Waarin zetten statistische methoden grote hoeveelheden gegevens om?
Bruikbare informatie
Zulke gegevens komen bijvoorbeeld uit geneeskundig, industrieel of sociaal onderzoek.
Q 03Hoeveel deelgebieden onderscheidt men traditioneel in de statistiek?
Drie
Naast de beschrijvende tak zijn er een tak die uit steekproeven conclusies trekt en een tussenvorm die van bestaande data uitgaat.
Q 04Welke grootheid dient als schatting van het meestal onbekende populatiegemiddelde?
Steekproefgemiddelde
Op dezelfde manier is de steekproefvariantie een schatting van de populatievariantie.
Q 05Welk niveau van meten geldt als het eenvoudigste?
Nominaal
Het gaat daarbij slechts om het benoemen; elk ander niveau is daarom ook minstens van dit niveau.
Q 06Welk deelgebied wil met een steekproef iets leren over de gehele populatie?
Inductieve statistiek
Het kan ongewenst of onmogelijk zijn om iedereen te onderzoeken; het onderzochte deel geeft dan slechts beperkte informatie.
Q 07Hoe worden nominale gegevens vaak geordend om ze makkelijk terug te kunnen zoeken?
Alfabetisch
Die ordening heeft inhoudelijk weinig betekenis, al komen samengestelde termen met hetzelfde eerste deel zo wel bij elkaar te staan.
Q 08Uit de regels van de wiskunde en de wetten van welk vak komt de statistiek voort?
Logica
Het vak gaat er bovendien van uit dat gemeten gegevens voor een belangrijk deel door toeval zijn ontstaan.
Q 09Welk vakgebied gebruikt de statistiek veel omdat het toeval steekproeven sterk bepaalt?
Kansrekening
Met dit vakgebied worden toeval en onzekerheid gemodelleerd: gemeten gegevens ontstaan immers deels willekeurig.
Q 10Wat moet de proefpersoon in „Mathematics of a Lady Tasting Tea” kunnen vaststellen?
Of de melk voor of na de thee kwam
Ronald Fisher wilde dat nagaan met een zo klein mogelijk aantal waarnemingen: een schoolvoorbeeld van het ontwerpen van experimenten.
Q 11Hoe heet het wanneer een steekproef de gehele populatie omvat?
Volledige telling
Andere woorden hiervoor zijn census en volkstelling. Meestal nemen statistici maar een beperkt aantal elementen waar.
Q 12Welke eigenschap van een variabele bepaalt welke statistische methoden zinvol zijn?
Meetniveau
Het wordt ook de meetschaal genoemd en is een typering van een meetvariabele.
Q 13Bij welke meetschaal is de volgorde duidelijk, maar zijn de verschillen niet interpreteerbaar?
Ordinale schaal
Typische voorbeelden zijn de rangen in het leger en de opleidingsniveaus vmbo, havo en vwo.
Q 21Vanaf welk jaar combineerden astronomen en landmeters waarnemingen voor meer nauwkeurigheid?
1750
Als gespecialiseerd vakgebied is de statistiek veel jonger: dat is pas een 20ste-eeuws gegeven.
Q 22Welke wiskundige geldt als uitvinder van de kleinste-kwadratenmethode?
Adrien-Marie Legendre
Hij werkte aan de analyse van fouten, net als onder anderen Thomas Simpson, Joseph-Louis Lagrange en Carl Friedrich Gauss.
Q 23Hoe heet de verdeling die bayesianen vooraf voor een parameter veronderstellen?
A-prioriverdeling
Dankzij die aanname vooraf kan het theorema van Bayes worden toegepast.
Q 14Welk deelgebied van de statistiek werkt met voorhanden zijnde data in plaats van steekproeven?
Exploratieve statistiek
Het ontstond als tussenvorm van de twee oudere deelgebieden; een nadeel is dat men over de verdelingen vaak weinig kan zeggen.
Q 15Vanaf welke eeuw werden statistische methoden toegepast op de sociale wetenschappen?
19de
Het ging in het begin vooral om bevolkingsstatistieken en prijsindices.
Q 16Welke stroming laat toe dat parameters zelf een onbekende verdeling hebben?
Bayesiaanse statistiek
Aanhangers geloven niet in één juiste uitkomst; daardoor verandert ook de interpretatie van de resultaten fundamenteel.
Q 17Wie schreef het postuum verschenen werk „Ars conjectandi” uit 1713?
Jakob Bernoulli
In dat werk heet het schatten van onbekende onderliggende kansen uit waarnemingen de omgekeerde waarschijnlijkheid.
Q 18Welke methoden gelden als combinatie van toetsen en schattingsmethoden?
Betrouwbaarheidsintervallen
Alle drie horen bij de bekende gereedschappen om van een onderzocht deel naar het geheel te redeneren.
Q 19Wat nemen klassieke statistici aan over de parameters van een verdeling?
Er is een vaste ware waarde
Die waarde is onbekend, maar men probeert haar te benaderen via schattingen en toetsen.
Q 20Welk ander woord wordt gebruikt voor een binaire schaal, met maar twee mogelijkheden?
Dichotoom
Zo'n schaal kan worden omgezet naar de numerieke waarden 0 en 1, waarmee gerekend kan worden.
Q 24In welk jaar verscheen „Statistical Methods for Research Workers” van Ronald Fisher?
1925
Het boek behandelt wiskundige vraagstukken uit de statistische praktijk, met name rond de analyse van genetische problemen.
Q 25Wie was samen met William Stanley Jevons een pionier in het interpreteren van gemiddelden?
Adolphe Quetelet
Het ging om gemiddelden over verzamelingen van ongelijke individuen, in de tijd dat het vak de sociale wetenschappen bereikte.
Q 26Wiens artikel was het startschot van het publieke debat over eugenetica in 1910-1911?
Karl Pearson
Het debat werd in persartikels gevoerd en ging ook over de invloed van alcoholisme van ouders op hun kinderen.
Q 27Hoe heet de veronderstelde verdeling waarvan een statistische analyse uitgaat?
Model
Bij een zuivere dobbelsteen is de aanname bijvoorbeeld dat elk van de getallen 1 tot en met 6 even waarschijnlijk is.
Q 28Door wie werd de Duitse „Statistik”, opgezet door Hermann Conring, bekend?
Gottfried Achenwall
Het Duitse woord betekende oorspronkelijk de staathuishouding.
Q 29In welk jaar verscheen het postume essay van Thomas Bayes over de „Doctrine of Chances”?
1764
De verhandeling gold als de eerste doorbraak in het schatten van waarschijnlijkheden uit waarnemingen; de stelling erin kreeg later de naam van de auteur.
Q 30Welke modellen kenmerken de populatie zelf met parameters zoals een normale verdeling?
Macro-modellen
Wilhelm Lexis, Francis Galton en Francis Ysidro Edgeworth zetten ze tegenover modellen die de variaties van individuele leden optellen.