Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Een verslaving maakt iemand lichamelijk of geestelijk afhankelijk van een middel of een gewoonte. Deze quiz gaat over de soorten verslaving, de kenmerken ervan en wat er in de hersenen gebeurt. Daarnaast komt het herstel aan bod: de behandeling in de verslavingszorg, de risicofactoren voor terugval en de geschiedenis en werkwijze van de AA, in Nederland en Vlaanderen.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Waar staat AA voor, de internationale organisatie voor mensen met een drankprobleem?
Anonieme Alcoholisten
De organisatie wil het herstel doorgeven aan iedereen die het verlangen heeft om met drinken te stoppen.
Q 02Uit hoeveel stappen bestaat het plan waarmee de AA als eerste werkte tegen verslaving?
12
Bij de meeste bijeenkomsten wordt telkens één stap uit het programma behandeld.
Q 03Hoe heten de klachten die optreden als het lichaam een verslavende stof moet loslaten?
Ontwenningsverschijnselen
Bekende voorbeelden van zulke klachten zijn koorts, slapeloosheid en braken.
Q 04Met welk Engels woord wordt de bijna onbedwingbare hunkering naar drugs aangeduid?
Craving
Bij een geestelijke verslaving draait een groot deel van de gedachten om het gebruiken of verkrijgen van de stof.
Q 05Welke factor uit iemands verleden verhoogt het risico op een verslaving?
Jeugdtrauma
Ook een verhoogde impulsiviteit en een verminderde inhibitie gelden als psychologische risicofactoren.
Q 06Wat is het doel van deelname aan een AA-groep?
Zelfhulp
Wie luistert en vertelt, doet ervaring op die weer aan nieuwe leden kan worden doorgegeven.
Q 07Welk vervangend medicijn kan helpen bij het stoppen met een verslaving?
Methadon
Ook cognitieve gedragstherapie, afbouwschema's en mindfulness kunnen het stoppen ondersteunen.
Q 08Hoe heet het verschijnsel dat steeds meer van een middel nodig is voor hetzelfde effect?
Tolerantie
Het kan ook blijken doordat eenzelfde hoeveelheid van het middel steeds minder effect heeft.
Q 09Hoe wordt gematigde, als verantwoord beschouwde alcoholconsumptie ook wel genoemd?
Sociaal drinken
Bij een minderheid van de bevolking staat middelengebruik het uitvoeren van dagelijkse taken wel in de weg.
Q 10Tot welke soort middelen worden amfetamine, cocaïne en nicotine gerekend?
Stimulerende middelen
Alcohol, heroïne en GHB werken juist verdovend, terwijl LSD en paddo's het bewustzijn veranderen.
Q 11Waarmee begint een behandeling in de verslavingszorg doorgaans?
Werken aan de motivatie
Vaak zoekt iemand hulp omdat het eigen handelen als een last wordt ervaren, soms na een persoonlijk dieptepunt.
Q 12Welke leeftijdsgroep is door een snel lerend brein extra gevoelig voor problematisch gebruik?
Adolescenten
Ook een kleinere strafgevoeligheid en een sterke neiging tot vermijden van ervaringen maken iemand kwetsbaarder.
Q 13Onder welke Engelse bijnaam staat het grote basisboek van de AA bekend?
Big Book
De Nederlandse uitgave verscheen in Rotterdam en beleefde in 2004 een vierde druk.
Q 21Waar staat de afkorting LVB voor, een risicogroep in de verslavingszorg?
Lichte verstandelijke beperking
Bij deze groep is de behandeling van een verslaving bovendien ingewikkelder, iets waar hulpverleners rekening mee moeten houden.
Q 22Wat bleek in 2020 uit een grote review over twaalfstappenprogramma's bij alcoholverslaving?
Nuttig, ook op langere termijn
Alle deelnemers aan de onderzochte studies deden vrijwillig mee.
Q 23Voor wie is Al-Anon bedoeld, een organisatie die sinds 1951 naast de AA bestaat?
Q 14Met welke term duidt de hulpverlening een verslaving vaak aan?
Problematisch middelengebruik
De term maakt duidelijk dat er ook gebruik bestaat dat weinig of helemaal geen problemen veroorzaakt.
Q 15Welk gevaar dreigt bij opnieuw gebruiken na een periode van onthouding van drugs?
Overdosis
De gewenning bouwt bij sommige drugs snel af, waardoor de vroegere dosering ineens te hoog kan zijn.
Q 16Welke techniek, je een nieuw leven zonder verslaving voorstellen, helpt bij het afkicken?
Visualisatie
Een verslaving overwinnen vraagt een verandering van levensstijl en gedrag, zo nodig met hulp van de verslavingszorg.
Q 17In welke stad werd in 1953 de eerste Franstalige AA-groep van België opgericht?
Brussel
Vlaanderen kreeg een jaar later zijn eerste Nederlandstalige groep.
Q 18Welke bewustzijnsveranderende stof is het werkzame middel in paddo's?
Psilocybine
Samen met THC en LSD hoort deze stof bij de psychedelica, ook wel geestverruimende middelen genoemd.
Q 19Na hoeveel tijd nemen de lichamelijke klachten na een detox doorgaans in hevigheid af?
Een aantal dagen
Het geestelijke verlangen is hardnekkiger: dat kan lang aanhouden en komt en gaat in golven.
Q 20Wat gebeurt er vaak in een AA-groep wanneer er een nieuw lid bijkomt?
Men begint weer bij de eerste stap
Nieuwe leden zijn ook een stimulans voor de oudere leden, die zo herinnerd worden aan hoe zij vroeger waren.
Partners, familie en vrienden
Voor kinderen van alcoholisten kwam er in 1957 een eigen organisatie bij: Alateen.
Q 24Vanuit welk centrum in de hersenen komt de psychische honger naar de kick?
Genotscentrum
Die honger kan na het afkicken nog jaren aanwezig blijven.
Q 25In welk jaar richtten Bill Wilson en Bob Smith de organisatie AA op?
1935
Wilson kwam uit New York, de arts Smith uit Akron in de staat Ohio.
Q 26Welk middel volgde in een expertranglijst uit 2009 op heroïne en crack als meest verslavend?
Tabak
LSD sloot de ranglijst af, na onder meer paddo's en truffels; het meten van zulke risico's is overigens moeilijk.
Q 27In welk jaar ging in Nederland de eerste Nederlandstalige AA-groep van start?
1948
Vlaanderen volgde zes jaar later met een eigen groep.
Q 28Welke naam draagt de systematische review uit 2020 over de werkzaamheid van het AA-programma?
Cochrane
De onderzoekers keken naar onthouding, drinkintensiteit, alcoholgerelateerde gevolgen en de ernst van de verslaving.
Q 29In welk hersengebied neemt bij verslaving het aantal dopaminereceptoren af?
Basale ganglia
Daarnaast spelen het beloningssysteem en het verlies van controle door de prefrontale cortex een rol.
Q 30Hoe heet de snellere ontwaarding van beloningen naarmate ze verder weg in de tijd liggen?
Delay discounting
Hierdoor krijgt het denken en reageren op korte termijn de overhand, een vorm van verhoogde impulsiviteit.