Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
De overgang en botontkalking raken miljoenen vrouwen, maar hoe goed ken je de feiten erachter? Deze quiz zet de kennis op een rij. De vragen gaan over de menopauze: de hormonen, de symptomen, de gemiddelde leeftijd en de behandeling. Daarna volgt osteoporose, met de oorzaken, de diagnose en de medicijnen. Van toegankelijke basisvragen tot cijfers uit richtlijnen en onderzoek.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Wie hebben na een langer verblijf in de ruimte allemaal last van osteoporose?
Astronauten
Zonder de belasting van de zwaartekracht neemt de botmassa snel af, want bot heeft druk nodig om sterk te blijven.
Q 02Wat is bij osteoporose verlaagd door afgenomen botmassa en een verstoorde botmatrix?
Botdichtheid
De botten verliezen sterkte, met vooral breuken van wervelkolom, heup, pols, bovenarm en bekken tot gevolg.
Q 03Welke medische ingreep veroorzaakt met zekerheid de menopauze?
Verwijderen van de eierstokken
Ook radiotherapie of chemotherapie kan een voortijdige menopauze uitlokken.
Q 04Wat raakt tijdens de overgang op, hoewel het bij de geboorte al in aanleg aanwezig is?
Eicellen
Tegelijk verandert de hormonale balans van het lichaam, wat uiteindelijk de menstruatie doet veranderen.
Q 05Welke twee hormoonspiegels worden tijdens de overgang minder stabiel?
Oestrogeen en progesteron
De menstruatie kan daarna van het ene op het andere moment stoppen of geleidelijk afnemen.
Q 06Welk tekort komt bij ouderen relatief veel voor en kan bijdragen aan osteoporose?
Vitamine D
Ook hyperparathyreoïdie, een overactieve bijschildklier, komt bij ouderen relatief vaak voor.
Q 07Wat is de hoofdoorzaak van de verhoogde gezondheidsrisico's na de menopauze?
Lage oestrogeenspiegel
Datzelfde hormoontekort verhoogt bij vrouwen ook het risico op botverlies.
Q 08Hoe wordt het begin van de menopauze gedefinieerd?
Einde van een jaar zonder menstruatie
De periode rondom en vooral vóór dat moment wordt de overgang genoemd.
Q 09Op welke gemiddelde leeftijd treedt de menopauze in Europa op?
51 jaar
Bij de meeste Europese vrouwen valt het moment ergens tussen hun 44e en 55e.
Q 10Tussen welke leeftijden bereiken de botten hun piekbotmassa?
20 en 30 jaar
Goede voeding met voldoende calcium, magnesium en vitamine D, beweging en zonlicht helpen die opbouw.
Q 11Wat betekent het Oudgriekse woord "μήν", waarvan de naam menopauze is afgeleid?
Maand
Het tweede deel van het woord komt van "παῦσις", dat "doen ophouden" betekent.
Q 12Met welke techniek wordt de botmineraaldichtheid bepaald?
DEXA-meting
De afkorting staat voor Dual Energy X-ray Absorptiometry, een vorm van röntgenabsorptie die ook als DXA wordt afgekort.
Q 13Boven welke leeftijd treden osteoporotische breuken vooral op?
75 jaar
Het breukrisico stijgt gestaag met de leeftijd, bij mannen én vrouwen.
Q 14Waar staat de afkorting HST voor bij de behandeling van overgangsklachten?
Q 21Van welke twee botten gebruikt de WHO de mineraaldichtheid om osteoporose te definiëren?
Wervelkolom en dijbeen
Van het dijbeen telt alleen het bovenste deel mee in de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Q 22Welk hormoon wordt bij een bloedtest gemeten om een veranderende hormoonhuishouding aan te tonen?
Follikelstimulerend hormoon
Veel zegt die waarde niet: ze schommelt enorm in de overgang en staat los van de ernst van de klachten.
Q 23Welk deel van de vrouwen van 50 jaar of ouder loopt minstens één osteoporotische botbreuk op?
De helft
Hormonale substitutietherapie
De dosering en het soort hormonen bepalen welke bijwerkingen kunnen optreden.
Q 15Waarop hebben postmenopauzale vrouwen, naast botontkalking en hart- en vaatziekten, een verhoogde kans?
Dementie
Het verhoogde risico geldt vooral voor vrouwen van Europese afkomst.
Q 16Welke medische term staat voor de overgang, de periode rondom de menopauze?
Climacterium
Een andere benaming is perimenopauze; het proces duurt van enkele jaren ervoor tot enkele jaren erna.
Q 17In welke levensfase begint de botmassa af te nemen?
40 en 60 jaar
De afbraak door osteoclasten neemt dan toe, terwijl de botvorming door osteoblasten afneemt.
Q 18Vóór welke leeftijd moet de menopauze optreden om als prematuur te gelden?
40 jaar
Zo'n premature menopauze treft ongeveer 1% van de vrouwen en kan een genetische oorzaak hebben.
Q 19Welke cellen zorgen voor de afbraak van bot?
Osteoclasten
Hun tegenhangers bouwen juist nieuw bot op; bij veroudering raakt die balans verstoord.
Q 20Welke mensaap kent, net als de mens, een menopauze?
Chimpansee
Ook bij twee walvisachtigen, de orka en de griend, stopt de eisprong aan het eind van het leven.
Bij mannen van die leeftijd gaat het om één op de vijf.
Q 24Vanaf welke leeftijd treedt botverlies bij mannen vooral op?
70 jaar
Het komt vaker voor bij mannen met tekorten in de productie van testosteron en oestrogeen.
Q 25Hoeveel standaardafwijkingen onder de normale piekbotmassa moet de BMD liggen voor de diagnose osteoporose?
2,5
Ultrageluid en een perifere DEXA kunnen vooraf inschatten of een volledige meting aangewezen is.
Q 26Hoeveel keer zoveel glucocorticoïden gebruiken 75-plussers vergeleken met gemiddeld?
2,5 keer
Deze middelen, zoals prednison, zijn een bekende oorzaak van osteoporose; er bestaan aparte richtlijnen voor preventie bij gebruik ervan.
Q 27Hoeveel extra calcium per dag wordt bij bisfosfonaatgebruik geadviseerd als iemand geen zuivel gebruikt?
1000 mg
Wie dagelijks één tot drie porties zuivel neemt, heeft aan de helft van die dosis genoeg; bij vier porties is extra calcium overbodig.
Q 28Welk middel remt de botafbraak én stimuleert de botvorming?
Strontiumranelaat
Ook bijschildklierhormoon werkt anabool, terwijl de meeste andere middelen alleen de afbraak tegengaan.
Q 29Welke twee middelen gelden voor sommige auteurs als eerste keuze bij osteoporose?
Alendroninezuur en risedroninezuur
Die voorkeur berust mede op hun effectiviteit; etidroninezuur hoort juist niet bij de meest effectieve middelen.
Q 30Hoeveel deelnemers telde de Cochrane-review over oefeningen na osteoporotische wervelfracturen?
749
Onder die deelnemers, verdeeld over negen studies, waren slechts 68 mannen.