Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Achter de kerstsfeer schuilt verrassend veel biologie. Het rendier dat de slee trekt, is een hertachtige met een gewei bij beide geslachten, ogen die in de winter van kleur veranderen en een dieet van korstmos. En de kerstster op de vensterbank? Die komt uit Midden-Amerika, heeft rode bladeren in plaats van bloemen en bloeit alleen na weken van lange, donkere nachten. Deze quiz test wat je weet over rendieren en kerststerren: van Linnaeus en de Azteken tot de legende van Pepita.
Alle 27 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Door welke dieren wordt de slee van de kerstman volgens de folklore getrokken?
Rendieren
In het echt dient het rendier bij arctische volkeren als trekdier en rijdier.
Q 02Tot welke familie van zoogdieren behoort het rendier?
Hertachtigen
Het dier werd lang geleden in Eurazië gedomesticeerd en wordt nog altijd gehouden door volkeren als de Saami en de Nenetsen.
Q 03Welk dier is de voornaamste vijand van het rendier?
Wolf
Die grijpt vooral zwakke dieren; het rendier zelf is sociaal en kan zeer grote kuddes vormen.
Q 04Wat is bijzonder aan het gewei van het rendier, vergeleken met andere herten?
Ook de vrouwtjes dragen een gewei
Drachtige vrouwtjes houden hun gewei dat jaar, terwijl het bij de andere dieren tegen oktober of november afvalt.
Q 05Hoe wordt het rendier in Noord-Amerika veelal genoemd?
Kariboe
Inheemse volkeren houden het dier voor vlees en huid, als trekdier en rijdier, en soms ook voor de melk.
Q 06Wat eet het rendier vooral?
Korstmos
Dat voedsel is een symbiose van een schimmel en algen; onder sneeuw en ijs graaft het dier het met zijn hoeven op.
Q 07In welk land was Joel Poinsett ambassadeur toen hij de kerstster leerde kennen?
Mexico
Hij voerde de plant begin 19e eeuw in de Verenigde Staten in.
Q 08Welke kleur hebben de eigenlijke bloemen van de kerstster?
Geel
Er zijn cultivars met helderrode, donkerrode, zalmrode, witte en gele bovenste bladeren, stervormig rond de knoppen.
Q 09Wat is de wetenschappelijke naam van de kerstster?
Euphorbia pulcherrima
De plant komt van oorsprong uit Midden-Amerika en wordt in de Benelux vooral rond de kerst gekocht.
Q 10Welke kleur licht weerkaatst het tapetum lucidum in het oog van het rendier in de winter?
Blauw
In de zomer is die reflectie juist geel; de winteraanpassing gaat ten koste van de scherpte van het zicht.
Q 11Wat zijn de opvallend gekleurde 'bloemblaadjes' van de kerstster in werkelijkheid?
Schutbladen
Ze trekken insecten aan en heten samen ook wel involucrum.
Q 12Wat betekent de soortaanduiding pulcherrima in de botanische naam van de kerstster?
Schoonste
De naam verwijst naar de opvallend gekleurde bovenste bladeren van de bloeiwijze.
Q 13Hoe hoog kan de kerstster in het wild worden?
4 meter
Daar bloeit de struik van november tot in januari of februari en staat hij in de zomer kaal.
Q 14In welk jaar publiceerde Carl Linnaeus de wetenschappelijke naam van het rendier?
Q 21Hoe heet de ondersoort van het rendier uit de boreale zone van Canada, van Yukon tot Labrador?
Boskariboe
Deze ondersoort leeft ook in het noordwesten van de Verenigde Staten: in Washington, Idaho en Montana.
Q 22Hoeveel ondersoorten van het rendier onderscheiden Wilson & Mittermeier (2011)?
12
Twee daarvan stierven rond 1900 uit; taxonomen zijn het over de indeling overigens niet eens.
Q 23Welke ondersoort komt voor in West-Groenland, Nunavut, de Northwest Territories en Alaska?
Toendrakariboe
De ondersoort heet groenlandicus en werd al in 1767 door Linnaeus benoemd.
1758
Hij noemde de soort toen nog Cervus tarandus, in de tiende editie van Systema naturae.
Q 15Hoe lang is de draagtijd van een rendier?
210 tot 240 dagen
Het ene kalf wordt in mei of juni geboren, als de toendra weer voedsel biedt.
Q 16Hoeveel dagen moet een kerstster minstens een kortedagbehandeling krijgen om te gaan bloeien?
40
Ook mag de plant na de zomer niet meer bemest worden.
Q 17Waar stierf het rendier begin 20e eeuw uit door voedselgebrek na een reeks strenge winters?
Oost-Groenland
In Noord-Europa leeft de soort nog in het wild in Noorwegen, Finland, Zweden en Rusland.
Q 18Welke ondersoort van het rendier komt voor in Finland en Russisch-Karelië?
Bosrendier
De ondersoort draagt de naam fennicus en werd in 1909 beschreven door Lönnberg.
Q 19Welke Duitse plantkundige gaf de kerstster haar botanische naam?
Carl Ludwig Willdenow
Hij overleed in 1812 zonder de naam zelf te publiceren; dat gebeurde pas later op basis van zijn herbarium.
Q 20Hoeveel keer gevoeliger voor licht worden de ogen van het rendier vermoedelijk in de winter?
1000 tot 10.000 keer
Het tapetum lucidum, de reflecterende laag in het oog, verandert daarvoor van kleur tussen zomer en winter.
Q 24Hoe noemden de Azteken de kerstster?
Cuitla-xochitl
Al in de 14e tot 16e eeuw werd het sap tegen koorts gebruikt en maakte men rode verf van de gekleurde bladeren.
Q 25Tot welke rivier reikt het gebied van het Euraziatisch toendrarendier in Siberië?
Lena
Ook het Baikalmeer en de eilanden in de Noordelijke IJszee horen bij het gebied van deze ondersoort, sibiricus.
Q 26Welke ondersoort van het rendier leeft op de noordelijke Canadese Arctische Eilanden?
Peary-kariboe
J.A. Allen beschreef deze ondersoort in 1902.
Q 27Wie publiceerde in 1834 de botanische naam van de kerstster, op basis van Willdenows herbarium?
Johann Friedrich Klotzsch
De naamgever zelf was toen al 22 jaar dood.