Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Wiskunde is de formele wetenschap van getallen, patronen en abstracte structuren. Ze groeide uit het rekenen en de meetkunde, kreeg bij de Grieken haar bewijzen en haar moderne notatie van Leonhard Euler. Deze quiz gaat van de Babylonische zestigtallen en de Rhind-papyrus naar Simon Stevin, de grondslagencrisis en de millenniumprijsproblemen, met een paar vragen over de driehoek toe. Speel meteen, deel je score of print de vragen voor een quizavond of de klas.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Op welk getal was het geavanceerde getallensysteem van de Babyloniërs gebaseerd?
60
De Babyloniërs kenden bovendien al de stelling van Pythagoras en gebruikten tafels met machten om sneller te rekenen.
Q 02Hoe heten wiskundige beweringen waarvan de juistheid is aangetoond?
stellingen
De formele redenering die aantoont dat zo'n bewering waar is, heet een wiskundig bewijs.
Q 03Vanuit welk land werd het cijfer 0 via Arabische wiskundigen in Europa geïntroduceerd?
India
Na de ondergang van de Griekse cultuur pakten Arabische wiskundigen in de middeleeuwen de draad weer op.
Q 04Welke onderscheiding geldt als de meest prestigieuze in de wiskunde?
Fieldsmedaille
Een Nobelprijs voor wiskunde bestaat niet, al kregen wiskundigen er wel in de natuurkunde en de economie.
Q 05Hoe heten de uitgangspunten waarvan men bij het opstellen van een wiskundig bewijs vertrekt?
axioma's
Euclides formuleerde er vijf, die meer dan twintig eeuwen standhielden als basis van de meetkunde.
Q 06Uit welk land is de Rhind-papyrus, een vroege wiskundige bron, afkomstig?
Egypte
Nog ouder zijn prehistorische kerfstokken, die erop wijzen dat men toen al telde.
Q 07Welk deelgebied van de wiskunde bestudeert veranderingen?
analyse
De andere hoofdgebieden gaan over hoeveelheden, structuren en ruimte; ze ontstonden uit handel, landmeten en sterrenkunde.
Q 08Welke Zwitserse wiskundige is verantwoordelijk voor veel van de huidige wiskundige notatie?
Leonhard Euler
Vóór de 16e eeuw werd alles volledig uitgeschreven; waar nu x staat, sprak men van een onbekende grootheid.
Q 09Aan welke wiskundige wordt het ontstaan van de algebra toegeschreven?
al-Chwarizmi
Het woord algoritme is van zijn naam afgeleid; met zijn werk rond 820 begon een bloeiperiode van de Arabische wiskunde.
Q 10Wie leverde in 1993-1994 een algemeen aanvaard bewijs van de laatste stelling van Fermat?
Andrew Wiles
Fermat zelf beweerde al een bewijs te hebben, maar daaraan wordt getwijfeld.
Q 11Van welk Grieks woord is de naam van de wiskunde in de meeste talen afgeleid?
máthèma
Het Griekse woord betekent wetenschap, kennis of leren; denk aan mathematics, Mathematik en mathématiques.
Q 12Hoe vaak wordt de meest prestigieuze onderscheiding in de wiskunde uitgereikt?
elke vier jaar
Per keer gaat de medaille naar twee tot vier wiskundigen.
Q 13Welke Nederlander verbond in de 17e eeuw het woord wisconst aan deze wetenschap?
Simon Stevin
In de meeste andere talen gaat de naam terug op een Grieks woord, maar het Nederlands koos voor een eigen term.
Q 21Wat betekent wisconst, de 17e-eeuwse naam voor de wiskunde, letterlijk?
kunst van het zekere
Minder gebruikelijke namen voor het vak zijn mathematiek, mathematica en mathesis.
Q 22Hoeveel uitgangspunten formuleerde Euclides, die meer dan twintig eeuwen standhielden?
5
Vanuit die uitgangspunten bouwden Euclides en zijn volgelingen de meetkunde op als zelfstandige tak van de wiskunde.
Q 23Welke Nederlands-Duitse wiskundige stimuleerde het gebruik van context in het wiskundeonderwijs?
Hans Freudenthal
Van oudsher werd de wiskunde heel kaal aan kinderen aangeboden; pas in de tweede helft van de twintigste eeuw kwam de echte wereld erbij.
Q 14Wat stelt het Vermoeden van Goldbach?
elk even getal groter dan 2 is de som van twee priemgetallen
Het vermoeden spreekt tot de verbeelding omdat het met begrippen uit het lager of middelbaar onderwijs te formuleren is.
Q 15Met welk wiskundig hulpmiddel wordt de atmosfeer gemodelleerd voor de weersverwachting?
differentiaalvergelijkingen
Het doorrekenen vergt zoveel computertijd dat er een supercomputer nodig is om binnen redelijke tijd een oplossing te vinden.
Q 16Hoe heet het vakgebied dat zich bezighoudt met het bewijzen zelf?
bewijstheorie
Vroeger bestond het werk van een wiskundige vooral uit het schrijven van bewijzen, met potlood en papier en soms passer en liniaal.
Q 17Hoe definieerde Aristoteles de wiskunde?
Wetenschap van de hoeveelheid
Die omschrijving hield stand tot de 18e eeuw; vandaag is er zelfs onder professionals geen consensus over een definitie.
Q 18Welke inductieve methode is als uitzondering toegestaan in een wiskundig bewijs?
volledige inductie
Verder moet een bewijs zich baseren op uitgangspunten, definities en eerder bewezen beweringen, met deductieve methodes.
Q 19Welke jaarlijkse oeuvreprijs geldt als de meest prestigieuze in de wiskunde?
Abelprijs
Ook de Wolfprijs geniet veel aanzien onder wiskundigen.
Q 20In welke eeuw ontstond de differentiaal- en integraalrekening?
17de eeuw
Ze ontstond als hulpmiddel bij berekeningen in de hemelmechanica; de complexe getallen verschenen pas later.
Q 24In welk jaar formuleerde Fermat zijn beroemde laatste stelling als vermoeden?
1637
Het duurde ruim drieënhalve eeuw voordat er een algemeen aanvaard bewijs kwam.
Q 25In welke eeuw werd de algemene oplossing van derde- en vierdegraadsvergelijkingen gevonden?
16de eeuw
In diezelfde periode kwam ook de decimale schrijfwijze in gebruik.
Q 26Welke leerling van Pythagoras zou de hoekensom van de driehoek eigenlijk hebben ontdekt?
Hippasus
De ontdekking werd toch aan zijn leermeester toegeschreven, die het bewijs leverde.
Q 27In welk jaar werd het eerste gespecialiseerde wiskundige tijdschrift gesticht?
1826
Het blad heette Journal für die reine und angewandte Mathematik en verscheen dus in het Duits.
Q 28Hoeveel bewijzen bevatten de Elementen van Euclides ongeveer?
400
Uit oudere beschavingen zijn geen bewijzen bekend: vóór de Grieken bestond wiskunde uit het oplossen van concrete problemen.
Q 29Welke twee pioniers pasten wiskundige technieken toe in de sociale wetenschappen?
Francis Galton en Adolphe Quetelet
Beiden worden ook genoemd onder de grondleggers van de statistiek, naast namen als Pascal, Huygens en Laplace.
Q 30Wie stichtte het Journal für die reine und angewandte Mathematik?
Crelle
Het was het eerste gespecialiseerde wiskundige tijdschrift; de nationale wiskundige genootschappen volgden in de tweede helft van de 19de eeuw.